Klaas-Jan Huntelaar zit deze week om de tafel met vertegenwoordigers van Juventus om een mogelijke overgang naar Turijn te bespreken. Dat meldde vandaag de Italiaanse sportkrant La Gazzetta dello Sport. Een afvaardiging van de Oude Dame bezocht dit weekend het duel van Ajax tegen Willem II om de Ajacied aan het werk te zien. Dat gebeurde ook eerder dit seizoen. Juventus volgt Huntelaar al langere tijd. De club bianconero is op zoek naar een opvolger voor David Trezeguet nu de Fransman intern zijn vertrek bekend heeft gemaakt. Ajax zou twintig miljoen euro vragen voor de international. Juve werd vorig seizoen teruggezet naar de Serie B vanwege betrokkenheid bij een omvangrijk fraudeschandaal. Juventus bezet met nog zeven duels te spelen de eerste plaats op de ranglijst en heeft goede vooruitzichten op promotie naar de Serie A. Het wil zich op tijd versterken. Ook aanvaller Rolando Bianchi van Reggina wordt in verband gebracht met de club uit Turijn.
Dit blog ging over sport in Italië, een opera d'arte, een voorstelling als het leven zelf waarin het draait over winst, verlies, trots, schoonheid, corruptie, vreugde en verdriet. Maar ik woon weer in Nederland. Land van doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. De pasta is vervangen voor het spruitje. Maar het leven is niet minder verrukkelijk. Een blog over het zoete Hollandse leven, door de ogen van Renate Verhoofstad, sportjournalist en schrijfster.
Monday, April 30, 2007
Juve wil Huntelaar
Klaas-Jan Huntelaar zit deze week om de tafel met vertegenwoordigers van Juventus om een mogelijke overgang naar Turijn te bespreken. Dat meldde vandaag de Italiaanse sportkrant La Gazzetta dello Sport. Een afvaardiging van de Oude Dame bezocht dit weekend het duel van Ajax tegen Willem II om de Ajacied aan het werk te zien. Dat gebeurde ook eerder dit seizoen. Juventus volgt Huntelaar al langere tijd. De club bianconero is op zoek naar een opvolger voor David Trezeguet nu de Fransman intern zijn vertrek bekend heeft gemaakt. Ajax zou twintig miljoen euro vragen voor de international. Juve werd vorig seizoen teruggezet naar de Serie B vanwege betrokkenheid bij een omvangrijk fraudeschandaal. Juventus bezet met nog zeven duels te spelen de eerste plaats op de ranglijst en heeft goede vooruitzichten op promotie naar de Serie A. Het wil zich op tijd versterken. Ook aanvaller Rolando Bianchi van Reggina wordt in verband gebracht met de club uit Turijn.
Saturday, April 28, 2007
Van der Vaartjes naar Florence?
Ik zie het al helemaal voor me; Sylvie shoppend in de chique Via Tornabuoni en Via della Spada. Met zoon Damian in de Bugaboo langs de etalages van Gucci, Prada, Armani, Versace, Dior, Dolce & Gabbana en Ferragamo paraderend, terwijl manlief Rafaël op het trainingscomplex van Coverciano naar de voetballessen van Cesare Prandelli luistert. 'Florence, het is weer eens wat anders dan Hamburg', zei de gelukkige oud-inwoonster van de stad. Als ik de La Nazione van gisteren moet geloven is AC Fiorentina serieus geïnteresseerd in de overname van de oud-Ajacied. Nu Luca Toni volgend seizoen zo goed als zeker in het rood van Bayern München speelt, is i Viola driftig op zoek naar een type Van der Vaart om Toni's opvolger Giampaolo Pazzini van bruikbare ballen te voorzien. Steekpassje hier, hakballetje daar, lobje zus, voorzet zo, Pazzini alleen voor de keeper! Laat dat maar aan Van der Vaart over. Moet ook sportief directeur Corvino hebben gedacht die nog net geen officieel bod uitbracht op de international, maar al wel voorzichtig informeerde naar de beschikbaarheid van de Nederlander. Geen idee wat het antwoord van HSV was, maar ik zou het wel weten als ik Rafaël, Sylvie en Damian was. Stralende zonneschijn in plaats van regen, de David in plaats van de haven, pasta in plaats van bockworst. En ach, nu Sylvie de cover van de Duitse Otto heeft veroverd, lijkt het me tijd voor de Italiaanse Vogue?
Thursday, April 26, 2007
Basso dan toch het haasje?
De dopingzaak rond Ivan Basso nadert zijn ontknoping. De openbaar aanklager van het anti-dopingtribunaal van het Italiaanse Olympisch Comité (CONI), Ettore Torri (76), heeft zeven zakken bloed uit het archief van Eufemiano Fuentes in zijn bezit die onder andere als bewijs moeten dienen voor Basso’s betrokkenheid bij het schandaal rond de Spaanse dopingarts. Dat meldde gisteren de Italiaanse sportkrant La Gazzetta dello Sport.Bij een gebrek aan bewijsmateriaal werd de zaak tegen Basso vorig jaar oktober geseponeerd, waarna de voormalig CSC-renner een nieuw contract tekende bij het Amerikaanse Discovery Channel. In de maanden daarna zette Torri zijn onderzoek echter voort. De geboren Romein, zelf een verwoed wielerfan én cyclo-amateur, is sinds oktober vorig jaar hoofd van het Italiaanse anti-dopingtribunaal. Daarvoor was hij jarenlang openbaar aanklager voor het parket in Rome. Hij kan bogen op een imposant netwerk aan internationale contacten, onder andere via Interpol. Dankzij de medewerking van Torri’s ‘vrienden’ van de Spaanse magistratuur beschikt het CONI op dit moment over zakken geprepareerd bloed uit de diepvriezers van Fuentes, bestemd voor meerdere Italiaanse coureurs. Ook het bloed van ‘Birillo’ ligt in Rome. De naam van Basso’s hond zou door Fuentes als codenaam zijn gebruikt, alhoewel de renner zelf altijd heeft verklaard dat zijn trouwe viervoeter naar de naam Tarello luistert. ‘Als wielerliefhebber huilt mijn hart, maar in de strijd tegen doping moet de waarheid achterhaald. Het is spijtig dat van alle verdachten de wielrenners het strengst aangepakt worden terwijl veel Spaanse atleten mogelijk onbestraft blijven. Er is helaas geen weg meer terug’, aldus Torri tegenover de Gazzetta.
Er werd door de onderzoeksrechter en zijn collega Franco Cosenza overigens nog meer bewijsmateriaal verzameld. Zo werd er ook een reeks sms’jes onderschept die Ivan Basso vorig jaar na afloop van de door hem gewonnen Giro d’Italia naar Fuentes zou hebben gestuurd. Basso heeft enige vorm van contact met Fuentes altijd ontkend. De verdachte renner moet zich op 2 mei verantwoorden voor het sporttribunaal. Hem is ook om het aftsaan van erfelijk materiaal gevraagd. In de strijd tegen doping stelt de UCI medewerking aan DNA-tests sinds dit najaar verplicht. Alle ploegen uit de ProTour zijn daarmee akkoord gegaan. In die zin rest Basso niets anders dan medewerking. Torri: ‘Ik hoop dat hij instemt, maar als hij weigert zetten we het proces hoe dan ook voort. Een DNA-test is zeker bruikbaar, maar niet doorslaggevend. We hebben genoeg ander bewijsmateriaal verzameld om een conclusie te kunnen trekken’.
Basso’s ploeg Discovery Channel heeft de coureur lopende het onderzoek op non-actief gesteld. Als Basso’s schuld bewezen wordt, hangt hem een schorsing van twee jaar boven het hoofd. Zijn deelname aan de Giro d’Italia, die op 12 mei in Sardinië van start gaat, staat op losse schroeven. ‘Ons rest niets anders dan de uitslag van het onderzoek af te wachten. Als het CONI de zaak tegen Basso heropent wil dat zeggen dat daarvoor nieuw bewijsmateriaal bestaat. Voor Basso is dit een enorme mentale klap. Mocht hij toch aan de start verschijnen, zal het lastig genoeg worden daarvan te herstellen’, aldus Angelo Zomegnan, sportief directeur van de roze ronde.
De renner zelf zit ondertussen gedesillusionneerd thuis, aldus zijn advocaat. ‘Hij was niet in staat om te trainen. Ik heb Basso nog nooit zo zien lijden’, aldus Massimo Martelli. De pleitbezorger zegt niet te geloven dat zakken bloed uit het archief van Fuentes zich in Rome bevinden. ‘Die liggen volgens de Spaanse rechter Antonio Serrano namelijk in Barcelona. Die heeft dat onlangs nog bevestigd. Van nieuw bewijsmateriaal kan geen sprake zijn. Het heeft ons daarom verbaasd dat de zaak is heropend’. Hoe dan ook zal de raadsman zich op 2 mei samen Basso in Rome melden. Ook voor het ondergaan van een DNA-test. Martelli: ‘Daartoe heeft Basso zich in het contract met Discovery Channel namelijk verplicht’. De uitslag van het onderzoek wordt volgens Ettore Torri nog voor de start van de Giro d’Italia verwacht.
Wednesday, April 04, 2007
Il Re di Fiandre
Ik hing van de week met Fiorenzo Magni aan de telefoon in verband met een voorbeschouwing op de Ronde van Vlaanderen, een verhaal dat later deze week in het Algemeen Dagblad verschijnt. 86 jaar oud inmiddels vertelde de wielerheld met plezier over de drie opeenvolgende Rondes die hij tussen 1949 en 1951 op zijn naam schreef. In het geheugen vielen nog geen gaten. De Toscanaccio lepelde de ene na de andere kleurrijke anecdote op. Over ene De Bets of De Biets, een Belgische Zesdaagse-renner en diens vrouw die hem onderdak boden in een tamelijk armetierig pension in Gent. Maar ach, wat zou het? En goh, wat waren die mensen vriendelijk en gastvrij geweest, zei Magni. Dat gold ook voor een macanicien die hem tijdens de koers bijstond. Die houten wielen met dikke tubes onder zijn fiets sleutelde en een stijver stuurtje op het frame schroefde. Zonder die man had Magni de koers nooit gewonnen. Hij stak hem tijdens de bevoorrading twee bidonnen met warme thee in handen. 'Ineens zag ik hem staan, hij stond te zwaaien met die boracce. Dat vergeet ik nooit meer'. Had Magni de naam van de mecanicien nog maar paraat. Hij zou de beste man zó graag nog eens willen ontmoeten. Over de pavé's gesproken. 'Brutto!!!', tetterde Magni aan de andere kant van de lijn. 'Dat ze ons dáár overheen wilden sturen...'. Hij lachtte. 'Ik had in mijn leven nog nooit een pavé gezien. Dat soort klinkerweggetjes bestaan in Italië helemaal niet'.Mooie man, Magni. Daar kwam ik vorig jaar al achter toen ik samen met Jean Nelissen bij de oud-renner op bezoek ging in Monza, in verband met een filmpje voor de Avondetappe van de NOS. Magni leidde ons rond door de showroom van zijn Opel-garage, showde trots zijn collectie oldtimers en sprak vol vuur over zijn wielercarriere. Ja, hij kon afdalen als de beste. Als een baksteen raasde Magni gewoonlijk naar beneden. Als een dolleman. Daar had Wim van Est alles van af geweten, zei Magni: 'Die probeerde tijdens de afdaling van de Aubisque in mijn spoor te blijven, met de duikelpartij in het ravijn tot gevolg...'. Een schaterlach. 'O Dio, is van Est dood? Poverino. Daar kon je mee lachen, met Van Est, nou!' Nee, hij had het niet erg gevonden dat hij in Italië ook wel 'il terzo uomo' (de derde man) werd genoemd omdat Magni in de rangschikking nu eenmaal ná Coppi en Bartali kwam. Het feit dat 'de Kale' ondanks de aanwezigheid van de twee grootste kampioenen die het Italiaanse wielrenner ooit heeft voortbracht, tóch grote koersen wist te winnen (zoals de Giro d'Italia in 1948, 1951 en 1955) zei wat hem betreft veel meer. Jean en ik knikten instemmend naar de man achter het bureau, die in zijn Italiaanse maatkostuum een verpletterende indruk maakte. Hoe kon je het daar mee oneens zijn? Bovendien: hier zat verdomme niet zomaar de eerste de beste. Ok, Magni was geen campionissimo zoals Coppi maar dan toch zeker ook een kampioen, een wielerheld.
Niet dat er in Italië altijd zo eenduidig over Magni gedacht werd. Hij werd vaak afgeschilderd als een geldwolf omdat hij als eerste renner een privé-sponsor (Nivea) introduceerde in het peloton. Over Magni werd gefluisterd dat hij een zwarthemd, een fascist was. Hij zou tijdens de Tweede Wereldoorlog Partizanen en andere politieke tegenstanders hebben verraden om het Il Duce te doen behagen. Er werd nimmer wat bewezen, maar zijn naam raakte hoe dan ook bezoedeld. Het volk koo
s ondertussen liever de kant van Coppi en Bartali, twee wielerheiligen. Dat ook Magni anno 2007 wordt gekoesterd als een absolute held heeft te maken met zijn optreden tijdens de Giro d'Italia van 1956. Magni vocht dat jaar verbeten duels uit met de Luxemburgse kleimgeit Charly Gaul, met als inzet de roze trui. Helaas sloeg het noodlot toe tijdens een van de laatste etappes. Richting Bologna kieperde Magni van de fiets en brak zijn sleutelbeen. De renner weigerde uit de koers te stappen. Kwestie van doorbijten. In letterlijke zin. Doorbijten op een lintje dat Magni's mecanieker Alberto Masi de volgende ochtend aan het stuur van diens fiets had gemonteerd. Door tijdens de slotetappe het lint stevig aan te halen met het gebit, kon Magni tóch druk houden op het stuur tijdens afdalingen en beklimmingen en op die manier stelde hij zowaar de tweede plek veilig in eindklassement. Het roze ging in Milaan naar Charly Gaul, maar de bloemen en de bewondering waren voor Fiorenzo Magni. Die veroverde die dag veel meer dan alleen het zilver. Magni veroverde met zijn heldhaftige optreden eindelijk de harten van de Italiaanse fans.In Belgie had Magni zich al veel eerder onsterfelijk gemaakt. De Italiaan was vanaf 1949 drie keer op een rij de sterkste tijdens Vlaanderens mooiste. Dat is wat hoor. Niet voor niets ontvangt Magni nog regelmatig brieven van Belgische fans die vragen om een foto met handtekening. Bijna zestig jaar na zijn eerste overwinning! Is dat niet incredibile? Johan Museeuw mag dan de Leeuw van Vlaanderen zijn, Fiorenzo Magni is de enige echte Re di Fiandre, de Koning van Vlaanderenland! Voorlopig dan. Want mocht Tom Boonen aanstaande zondag winnen dan moet die ere-titel voortaan gedeeld. Magni: 'Vroeger zou ik daar moeite mee hebben gehad , maar inmiddels niet meer. Ik gun het Boonen'. Il Re zit op Paaszondag in ieder geval thuis voor de buis om maar geen minuut van het wielerspektakel te hoeven missen. 'Ik heb alle afspraken afgezegd!' Zo is dat. Ik ook. Op de Hoogmis van het Belgische wielrennen! En een zalig Pasen allemaal.
Friday, March 30, 2007
Van den Hoogenband vs Magnini
In Italia ging het vandaag niet over de povere start en dito keerpunten van Pieter van den Hoogenband, waardoor de Olympisch kampioen van Sydney en Athene een medaille op de honderd meter vrij verspeelde. En misschien wel meer. Het was vandaag Pippo-dag! Filippo Magnini zus en Filippo Magnini zo. Op de buis, internet en in de krant. De Gazzetta dello Sport pakte vandaag groots uit met de wereldkampioen die zijn titel van twee jaar geleden prolongeerde. Liefst vijf pagina's wijdde de roze sportkrant aan 'Re Magno': Koning Magno. Het ging over Magnini's magnifieke race, diens nieuwste starttechniek, Magnini's tatoeages, Magnini's zwembril en neuspiercing mét diamant, Magnini's vriendin Christiana die haar fidanzato thuis voor de buis had aangemoedigd, over Magnini's tweede carriere als model voor Giorgio Armani etc. Hysterie is de Italiaan niet vreemd. Brent Hayden, tóch de gedeelde nummer één van gisteren kwam er in de krant maar bekaaid vanaf, vond ik. Op de voorpagina was de Canadees zelfs zonder pardon van het podium geknipt. Alsof er maar één wereldkampioen bestond: alsof Magnini in zijn eentje gewonnen had. Nog wat bijzinnen links en rechts over Hayden en dat was het dan wel. Het moest vooral over Godenzoon Magnini gaan. De naam van Van den Hoogenband viel gisteren evenmin. Het kan hard gaan. Onder het motto: de Koning is dood, leve de Koning? Die gedachte schoot gisteren in ieder geval wél door mijn hoofd. Niet dat Magnini of Hayden van gisteren zijn, maar toch. Dit kwam aan. Of verwachtte ik soms teveel? Aan de andere kant: zo gaat dat. In de wereld van de sport gelden dezelfde wetten als in de natuur. Rivalen hebben geen boodschap aan een hernia-operatie. Jarenlang ben je de onbetwiste kampioen, de Koning van het dierenrijk, en dan staat op een dag opeens een sterker mannetje - je opvolger - klaar. Of die nou Phelps, Magnini of Hayden heet. Ik hoop voor Pieter van niet. Tegelijk: het zijn wel van die heerlijke, dramatische momenten in de sport. Echte Koningsdrama's, om er nog maar eens een cliché tegenaan te kwakken. Zoals het ooit prachtig en verdrietig tegelijk was om te zien hoe Van den Hoogenband zijn idool en voorganger Alexander Popov ooit van de troon stootte. Toen onze Pieter in 2000 in Sydney het goud ophaalde, lag Popov's droom om voor de derde opeenvolgende keer Olympisch kampioen te worden aan diggelen. Nu droomt Pieter van hetzelfde. Nog een keer Olympisch kampioen worden op de honderd meter. Nog een keer de allersnelste zijn. Ik hoop voor VDH oprecht dat hij de troonopvolging nog een jaartje kan uitstellen, maar vrees het ergste. Popov ook. Denk ik. En de voormalige kampioen kan het weten. In de Gazzetta was Popov vandaag de enige die wat woorden voor VDH over had: 'Persoonlijk spijt het me zeer voor Van den Hoogenband. Ik had het hem gegund om hier wereldkampioen te worden, maar Magnini is gewoon effectiever, sneller.' De Koning is dood, leve de Koning.
Wednesday, March 28, 2007
Trailer Mano de D10s
Ook in Italië kunnen ze maar geen genoeg krijgen van Maradona. Nog bijna wekelijks verschijnen er verhalen over Pluisje in de verschillende kranten of wordt in Napels de zoveelste muurschildering onthuld, ere-prijs uitgereikt of straat vernoemd naar de legendarische oud-speler van Napoli. Als trouwe lezer van de Gazzetta dello Sport kon je eerder dit jaar een tiendelige documentaireserie bij elkaar sparen over de Argentijn en alsof dat niet genoeg was draait vanaf morgen 'Maradona, la mano de D10s' in de Italiaanse cinema's. De film van regisseur Marco Risi vertelt het levensverhaal van Diego Armando Maradona, van zijn vroegste jeugd in de sloppenwijken van Buenos Aires tot de jaren in Napels. Hoogtepunten en tragische gebeurtenissen wisselen elkaar af. De film gaat over succes op het veld, losbandige feesten, slechte vrienden, buitenechtelijke affaires en een cocaïneverslaving. Bovenal gaat de film over de mens én de voetballer waar de wereld verliefd op werd. Risi: 'Ik heb geen schandaalfilm over Maradona willen maken. Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in zijn karakter. Hij is een unieke figuur binnen het voetbal en een kwetsbare figuur daarbuiten'.
De rol van Maradona wordt vertolkt door de Italiaanse acteur Marco Leonardi. De opnames vonden deels plaats in Buenos Aires, deels in Napels. Voor de wedstrijdbeelden raadpleegde Risi de archieven van de Rai. Julietta Diaz speelt Maradona's ex-vrouw Claudia Villafane. De oud-speler zelf is bij de opnames nauwelijks betrokken geweest. Maradona en regisseur Risi ontmoetten elkaar in het verleden één keer. Dat gebeurde in 2005 in Cesenatico, de geboorteplaats van de in 2004 aan een overdosis overleden Marco Pantani met wie Maradona goed bevriend was. Risi: 'Nadat we het zes uur lang over van alles en nog wat hadden gehad, zei het aan het einde van dat gesprek: 'Het enige dat me interesseert is dat Claudia ermee akkoord gaat'. Maradona's ex-vrouw bekeek de film een paar maanden geleden. Ze sprak haar veto uit over een paar scenes, maar was voor het overige content met het eind-resultaat. Risi: 'Ook al komen in de film scenes voor die voor haar en haar dochters schokkend en confronterend zijn. Vooral dochter Dalma was bezorgd hoe we haar vader's verslaving aan de cocaïne in beeld zouden brengen'.
'Maradona, la mano de D10s' is geproduceerd door Rai Cinema in samenwerking met 01 Distribution en draait vanaf morgen in 130 Italiaanse cinema's'.
Monday, March 26, 2007
Foto 1e Nederlander in de Serie A
Een paar maanden geleden schreef ik al over de eerste Nederlander in de Serie A: Francois Menno Knoote, een Hagenees van geboorte, die zijn schouders begin vorige eeuw al in het rood-zwart van AC Milan hees. Ik tikte het feitje enigzins gelukkig op de kop toen ik door een jubileumuitgave van de Gazzetta dello Sport bladerde, uitgegeven ter ere van het honderdentienjarige bestaan van de roze sportkrant. Ineens stond het er: Menno Knoote, centrocampista AC Milan, stagione 1905/1906. Ha vinto 1 scudetto. Warempel! Mooi dat er dus ver voor de tijd van Gullit, Rijkaard en Van Basten al een Olandese volante voor de rossoneri speelde die ook nog eens campione werd.Ze schreven nog meer over Knoote. Dat het een mooi-weervoetballer was bijvoorbeeld. Daags voor de wedstrijd trok hij traditiegetrouw naar het centrum van Milaan om op de barometer in La Galleria ('s werelds eerste overdekte winkelcentrum) de weersvooruitzichten te controleren. Bij regen bleef Menno achter in de kleedkamer, dan raakte hij geen bal aan. Mocht hij tijdens een duel worden overvallen door een plensbui, dan spurtte de middenvelder halverwege zonder pardon van het veld. Snel onder de douche, aankleden en naar huis. Knoote scheen in Milaan te verblijven in verband met een carriere als opera-zanger en stelde je voor dat hij een kou op zou lopen. Het Scala ging, zeg maar, nog voor San Siro. Enfin, AC Milan maar eens gebeld om meer over de Nederlander te weten te komen maar op de persafdeling hadden ze van ene 'Knoote chi?' nog nooit gehoord en na een rondje research wist de perschef niet veel meer te melden dan: Knoote, nato il 15/2/1879 a Den Haag, centrocampista AC Milan, stagione 1905/1906. En dat wisten we al langer via de Gazzetta. Marcel Goedhart, mijn zeer gewaardeerde collega van NOS Studio Sport was zo vriendelijk om in Den Haag en contreien wat familie van de wijlen Knoote op te sporen. Die bestond zowaar, maar tot veel meer leidde de speurtocht niet. De nazaten van de centrocampista hadden helaas geen voetbalmemorabilia van Ome Menno bewaard.
Deze week Knoote's naam maar weer eens ingetikt op Google en prompt dat er wat meer hits opflikkerden en er zelfs een foto te downloaden viel van het kampioenselftal van Milan uit Menno's jaar: 1905/1906. Het onderschrift vermeldde zelfs de namen van de elf basisspelers, maar geen idee of de mannen van links naar rechts werden benoemd, van voor naar achter of andersom. Zoveel werd wel duidelijk dat Francois Menno Knoote op de foto geflankeerd wordt
door Herbert Kilpin (een Engelsman uit Nottingham die tussen 1901 en 1907 zowel als stopper en als spits speelde - zie foto) en ene Umberto Malvano, die tijdens zijn carriere ook nog voor Juventus uit zou komen. Op de website van Wikipedia vond ik zowaar een biografietje én - belangrijker - een zwart-wit fotootje van Kilpin. Prachtig, met opgetrokken kousen, drollenvanger, een doorgeknoopt streepjesoverhemd én pet. Snel de elftalfoto er nog maar eens bijgepakt. Kon de speler op de middelste rij uiterst links wellicht Herbert Kilpin zijn? Twee keer een opvallend prominente snor. Het zou kunnen. En in dat geval zóu de robuuste buurman van Kilpin op de foto - staand, met de arm losjes in de zij, flinke bos haar en een opvallende zijscheiding dragend aan de rechterkant - zomaar Francois Menno Knoote kunnen zijn! Het blijft bij 'zou kunnen', want zeker weten doe ik het natuurlijk niet. Voor hetzelfde geld is Knoote de op een koorknaap gelijkende kostschoolganger op de voorste rij, een soort magere pierwurm met de scheiding juist aan de linkerkant en met Pilkin rechts naast zich. Je weet het niet, hè? Gelukkig gaat het in het leven niet altijd om de waarheid. Pastasport pretendeert geen wetenschappelijk onderzoek naar vergeten voetballers te doen en ondertussen is het wel lekker wegdromen zo. Van de eerste Nederlander in de Serie A. Nu mét gezicht. Twee zelfs!
Friday, March 23, 2007
Kogelbrief voor Ancelotti & Co.
Moggiopoli, een dode politie-agent tijdens rellen rondom Catania-Palermo, een omkoopschandaal rond showgirls, voetballers en pikante foto's. Het moet niet gekker worden binnen het Italiaanse voetbal. Dat werd het wel. Vandaag werd op het hoofdkantoor van AC Milan een kogelbrief bezorgd, ter attentie van trainer Ancelotti en de spelersgroep van de rossoneri. Afzender: "Brigate Rossonere Toscana". Behalve een kogel bevatte de envelop ook een dreigbrief. Met name Ancelotti en doelman Dida moeten het daarin ontgelden. Aan vice-president Adriano Galliani wordt de dringende oproep gedaan de spelersgroep zo snel mogelijk drastisch te veranderen. De kogelbrief is overhandigd aan de politie. Voorlopig staan de carabinieri voor een raadsel aangezien er officieel geen supportersgroepen met de naam "Brigate Rossonere Toscana" bestaan.
La Primavera




Tuesday, March 20, 2007
PASTASPORT WEER ON-LINE
Na een afwezigheid van bijna drie maanden is Pastasport weer on-line! In de tussentijd werd er van appartement gewisseld, werd Florence voor Lucca verruild, werden meubels vanuit Nederland naar Italië verhuisd, moesten er lampen, gordijnen en andere prullaria op hun plaats gehangen of gespijkerd, moesten honderden boeken naar de tweede etage worden gesjouwd, deed de telefoon en het internet het lange tijd niet en ondertussen moest er ook nog gewoon gewerkt worden! Voor het overige is alles bij het oude gebleven en kun je op dit weblog verhalen teruglezen over leven, welzijn, cultuur en sport in Italië. A presto! Hoogleraar Lucarelli
Het slechte nieuws is dat de regen in Lucca (sinds twee maanden mijn nieuwe woonplaats) al dagenlang met bakken uit de lucht komt. Het goede nieuws tussen de regendroppen door: politiek geëngageerde voetballers bestáán! Che fortuna. Ik heb ooit het genoegen gehad Cristiano Lucarelli te mogen interviewen voor NOS Studio Sport. De aanvaller van Livorno had zopas een biografie op de markt gebracht met de prikkelende titel 'Tenetevi il miliardo' ('Houden jullie je miljoenen maar', rv) en was genegen te praten. Niet over binnenkant paal, buitenkant paal maar over grootse en meeslepende onderwerpen zoals politiek, religie en milieu-vraagstukken. Gelukkig geen gezeur van pers-madammen over vijf vragen en maximaal vijf minuten zoals me bij Juventus ooit overkwam. De overtuigde communist ging er na de training eens rustig voor zitten en legde uit over het hoe- en waarom van zijn politieke overtuiging.Geboren en getogen in de Toscaanse havenstad Livorno, een socialistisch bolwerk waar ooit de communistische partij werd opgericht, groeide Cristiano op tussen de hamers en sikkels. Che Guevara in plaats van Paolo Rossi was zijn jeugdheld. Een afbeelding van de vrijheidsstrijder droeg hij jarenlang onder zijn shirt. Bij elke gescoorde goal kwam Che tevoorschijn en dan stak Cristiano maar weer eens een gebalde vuist in de lucht. In het Italië van Silvio Berlusconi namen velen dat gebaar op als een belediging, zoals collega-spits en Mussolini-adept Paolo di Canio deed. Lucarelli trok zich van die reacties niet zo veel aan. Hij wilde een signaal afgeven, een tegengeluid laten horen. De speler had tijdens zijn jeugd in het armetierige Livorno zelf gezien hoe zijn pa en andere havenarbeiders jarenlang werden
uitgeknepen voor een paar rotcenten, terwijl directeuren hun dikke Mercedessen op de kade tussen de containers en vrachtschepen parkeerden. Wat Cristiano betreft klopte dat van geen kant. Over dat soort onrecht kon hij zich boos maken. Zoals hij zich anno 2007 ook boos kan maken over voetballers die alleen maar in centen, Prada's en Ferarri's denken. Tuurlijk, ook Lucarelli speelt bij Livorno niet voor een appel en een ei maar in de voetbalwereld van Lucarelli draait het vooral om plezier en de fans. Niet voor niets zei Lucarelli in het verleden regelmatig 'nee' tegen lucratieve aanbiedingen van topclubs uit heel Italië. Hij had al vele malen miljonair kunnen zijn, maar speelt voor veel minder liever in het rood van de club van zijn jeugd.De biografie van Lucarelli is verplichte kost op middelbare scholen in Livorno, de stad waar hij als een absolute held wordt gevierd. En toen de dochter van Che Guevara vorig jaar een bezoek bracht aan Italië en daarbij ook Livorno aandeed, werd op háár verzoek een ontmoeting met Lucarelli gearrangeerd. Een politiek geëngageerde voetballer die met beide benen in de maatschapij staat, is helaas een zeldzaamheid. Misschien worden ze daarom zo gekoesterd? In ieder geval nodigde de Engelse journalist John Foot - auteur van het boek 'Calcio: a History of Italian Football' - Lucarelli deze week uit voor een gastcollege aan de University College of London. 'Lucarelli vormt binnen het internationale voetbal werkelijk een uitzondering op de regel. Hij neemt geen blad voor de mond, heeft het hart op zijn tong en is niet bang zijn mening te geven over onderwerpen als politiek, voetbal en ultra's', aldus Foot in een artikel in La Nazione van vandaag.
Het berichtje stond afgedrukt naast een kolom over het zoveelste akkefietje rond de Braziliaan Adriano van Internazionale. De steraanvaller die zich op zondagavonden gewoonlijk een weg drinkt door de nacht, flirtend op de dansvloer van de mythische Milanese disco Hollywood. Afgelopen zondag was het weer eens zover. De Braziliaan had die middag zojuist twee assists gegeven waaruit Ibrahimovic had weten te scoren. Het werd 2-0 tegen Atalanta. Het kon dus wat lijden. In Hollywood werd de champagne al klaar gezet voor Adriano en zijn gevolg. Voor de ingang van het VIP-gedeelte stonden de gewillige missen en
modellen al uren in de rij. Adriano voelde zich werkelijk l'Imperatore, zoals zijn bijnaam luidt: de Keizer! Dom, dom, dom. Hoogmoed komt voor de val. Alsof er de afgelopen maanden geen sprake was geweest van Vallettopoli, het zoveelste schandaal binnen het Italiaanse voetbal. Voetballers als Adriano, Totti, Gilardino, Trezeguet en Panucci liepen het afgelopen jaar regelmatig in de val van knappe 'valletta's' (showgirls), die hun incontri door een bevriende fotograaf lieten vastleggen op foto. Met de veelal compromiterende plaatjes als drukmiddel wisten de manager en de meisjes vele tienduizenden euro's van de spelers af te troggelen. De zaak kwam onlangs aan het rollen. De manager en zijn showgirls moeten zich binnenkort verantwoorden, de fotograaf zit nog altijd vast. Wordt vast vervolgd.Enfin, afgelopen zondag draaide het eens niet om meisjes. Of misschien ook wel? Hoe dan ook raakte Adriano slaags met een andere VIP; de Amerikaanse basketballer Rolando Howell, speler van Varese en ook regelmatig bezoeker van Hollywood. De twee lange darmen stonden volgens ooggetuigen scheldend, schoppend en slaand op de dansvloer. Ook buiten op straat werd gestoeid. Ik zuchtte en dacht aan Cristiano Lucarelli. Die liet zich vermoedelijk niet door een valletta of basketballer verleiden of provoceren. Op 30 april meldt 'hoogleraar' Lucarelli zich in Londen voor een hoorcollege over belangrijker zaken. Hij zou voor de aardigheid Adriano eens moeten uitnodigen.
Thursday, December 21, 2006
Wednesday, December 20, 2006
Mussolini anno 2007
2006 loopt op zijn einde. Ook in Italië. Ook in de edicola van Andrea Merciai, mijn communistische krantenverkoper op de hoek van de straat. Zijn krap bemeten kiosk is een prachtig onontdekt plekje in Florence, waar ik graag kom. De ene keer voor de Gazzetta dello Sport, een andere keer voor de Vogue, de Bicisport, la Repubblica, il Corriere della Sera of de laatste DVD uit een serie over de Italiaanse cinema, de tien beste voetballers of de beste wielrenners allertijden. Zijn humeur wisselt nog wel eens, maar elke ochtend als ik bij hem over de drempel stap, weerklinken klassieke tonen vanachter de toonbank. Wagner, Bach, Mozart of Puccini. En dan kletsen we over de laatst gespeelde wedstrijd van Fiorentina, dan gaat het over die kletsmajoor van een Berlusconi en dan zegt Andrea dat het onder Romano Prodi al niet veel beter gesteld is. Hij doet me typisch Toscaanse gerechten van de hand, geeft me onderricht in Florentijns dialect en fluistert me de laatste roddels in. Andrea is een van mijn helden uit San Frediano. Hij is bron én inspiratiebron, zelfs als ik het niet met hem eens ben. Het leven van een krantenverkoper gaat niet over rozen. Andrea heeft thuis drie opgroeiende dochters te onderhouden, die er graag mooi opgepoetst bijlopen, met tassen en schoenen van Dolce en Gabbana enzo. Probeer daar als arme krantenverkoper maar eens tegenop te werken. Je zou er bijna
depressief van worden, maar Andrea niet. Ook al moest hij tegen zijn zin het assortiment uitbreiden. Met Hello Kitty prullaria voor de meisjes, punnikpatronen voor oude van dagen, Playstation-toestanden voor de jongens en porno voor overhitte mannen. Sex sells, ook in San Frediano. Wat het zo tegen het einde van het jaar ook goed doet, zijn de kalenders voor 2007. Grote, kleine, met katten, honden, rozen, Toscaanse vergezichten, moeder Teresa, paus Johannes Paulus II (Ratzinger verkoopt voor geen meter), blote meisjes of blote jongens. Andrea zei dat hij er zelf ook om moest lachen, om al die onzin die de verschillende Italiaanse uitgevers hem hadden toegestuurd. Maar ja, er werd veel om gevraagd dus Andrea moest wel. Hij dacht ook aan de verlanglijstjes van zijn dochters. In een klein plastic mandje staken alle soorten en maten kalenders in de lucht. Ik liet de ene na de andere door mijn vingers gaan. Veel kalenders van Padre Pio. Padre Pio en nog eens Padre Pio. Ik bladerde voorbij Cristiano Angelucci. Het model had zich in een zogenaamd
erotische pose geworsteld, met een blik op sensueel en veel teveel badschuim rondom de intieme delen. Het deed mij persoonlijk niets, maar misschien had dat met het vroege tijdstip te maken. Ik zag Cristiano nog niet bij mij op de wc hangen. Laat staan in de keuken. Volgende klant. Benito! Wie anders? Andrea had de fascistenleider nog geprobeerd te verstoppen, weggemoffeld ergens achterin het mandje, maar aan Il Duce viel gewoonweg niet te ontsnappen. Zelfs niet 67 jaar na diens dood. Aan Mussolini wordt nog volop verdiend. De kalenders, uitgegeven door achterneef Giorgio Mussolini, vlogen volgens Andrea de deur uit. Het deed hem zeer, maar zo was het nu eenmaal, want in de herinnering was het leven onder Il Duce goed. Tsja. Andrea haalde zijn schouders op. Ik rekende af en liet Andrea de nieuwe kalender van Fiorentina inpakken. Gelukkig nieuwjaar! Monday, December 18, 2006
Ale en Ricci
De rillingen liepen me zaterdagmiddag over de rug toen voorafgaand aan het duel van Fiorentina tegen AC Milan een minuut stilte in acht werd genomen. Ik dacht aan Ricci en Ale en aan de vader en moeder van Ricci en Ale en stond op van mijn stoeltje, net zoals veertigduizend andere Florentijnse fans en een handvol Milanisti. Daar stonden we dan. Met het hoofd gebogen of met het gezicht ten hemel gericht. Sport verdeelt vaker dan dat het verbroedert, maar zelfs op de anders zo vijandige Curva Fiesole werden spandoeken ontrolt en werden de namen van Riccardo Neri en Alessio Ferramasca gescandeerd, de twee jeugdspelers van Juventus die afgelopen vrijdag tijdens een bizar ongeval om het leven kwamen. Het klopte dat Juventus in Florence dé ultieme aartsvijand was, dat Alessandro Del Piero en al die andere Godverdommese gobbi di merda in overdrachtelijke zin meer dan eens dood werden gewenst, maar wat deed rivaliteit er nu nog toe, nu de dood in het spel was? Een minuut later floot scheidsrechter Massimilliano Saccani voor het begin van de wedstrijd, tuurlijk, want de wereld draaide gewoon door en de bal moest rollen.Een dag eerder rolde de bal niet. De bal dreef. Op het water van een laghetto, een soort kunstmatig aangelegd meertje op het hypermoderne trainingscomplex van Juventus om overtollig regenwater in op te vangen, want en óf het in Turijn regenen kon! Riccardo Neri en Alessio Ferramasca hadden corvee, terwijl de rest van de ploeg na de vrijdagmiddagtraining de douches opzocht. Het liep al tegen zessen. Ricci en Ale plukten in het schemerdonker ballen uit de doelen en bij de cornervlaggen vandaan. Ah, er dreven ook nog een paar ballen in het water. Een voor een klommen de jongens over het hek. Niet veel later gleed Riccardo (rechts op de foto) als eerste de plomp in. Alessio probeerde de paniekerende doelman (die geen al te beste zwemmer was) nog uit het water te plukken, maar glibberde tijdens die reddingsactie prompt zelf de poel in. Cazzo. Daar lagen ze dan. Met z'n tweeën. In het ijskoude water. En nu? Alessio probeerde zichzelf omhoog te hijsen, maar daar was geen beginnen aan tegen het spiegelgladde zeil dat de steile oever afdekte. De 17-jarige middenvelder raakte al
snel uitgeput. En gedemoraliseerd. Ze hadden het koud. Je kon je de totale paniek voorstellen. Ik wel. Donderdagavond zond Sky de film Titanic maar weer eens uit. Ik schoof net op tijd aan voor de finale en zag hoe het schip in tweeën brak. Honderden drenkelingen werden vanaf de boot in het ijskoude water getorpedeerd. Toen na een half uurtje twee sloepen terugkeerden om naar overlevenden te zoeken, had het merendeel al het loodje gelegd. Maar dat was in de film. Hoe lang denk je dat je het in werkelijkheid volhoudt?, vroeg ik mijn Britse verloofde op de bank. Een kwartiertje?, antwoordde hij. Misschien iets langer? Je lichaamstemperatuur schiet omlaag. Je raakt eerst buiten bewustzijn and then your whole system slowly shuts down.And then your whole system slowly shuts down, schoot het een dag later door mijn hoofd toen ik aan de twee jongens in het water dacht, al lag de temperatuur van het water in Noord-Italië natuurlijk wel wat hoger dan de oceeanwateren rond Groenland. Riccardo en Alessio hadden vermoedelijk luid geschreeuwd om hulp. Harder, harder, hardst. Maar niemand die ze hoorde. Langzaam maar zeker maakte de paniek plaats voor vermoeidheid en kramp, totdat ze helemaal niets meer voelden. En verdronken. Pas anderhalf uur later vond de trainer van de A1 twee hoopjes kleding in de kleedkamer en werd er groot alarm geslagen. Te laat. In een leeg en mistroostig Olympisch stadion verscheen rond negenen technisch directeur Alessio Secco voor de camera. De opvolger van Luciano Moggi stond er verslagen bij. De tranen welden op in zijn ogen terwijl hij in zakelijke bewoordingen het afschuwelijke persbericht voorlas: Juventus Football Club bevestigt het overlijden van Riccardo Neri en Alessio Ferramasca, twee spelers van la squadra Beretti, die vanavond tijdens een tragisch ongeval op het trainingscomplex van Juventus om het leven zijn gekomen. Ons medeleven gaat uit naar de nabestaanden. De wedstrijd tegen Cesena wordt tot nader order uitgesteld. De komende dagen werkt het eerste elftal de trainingen af in het Olympisch stadion. De politie is bezig met een onderzoek. Hij vouwde het A4'tje ineen en stak dat in zijn binnenzak. En stel me verd
er geen vragen, want ik ben er niet toe in staat...., snikte de 36-jarige Secco, die in zijn eerste jaar als direttore sportivo al heel wat voor zijn kiezen kreeg. Allereerst werd zijn club schuldig bevonden aan betrokkenheid bij het grootste omkoopschandaal uit de geschiedenis van het Italiaans voetbal, met terugzetting naar de Serie B als gevolg. En alsof dat niet vervelend genoeg was, ondernam team-manager en voormalig voetballer Gianluca Pessotto in juni een zelfmoordpoging door van het dak van het hoofdkantoor te springen. Pesso bracht het er gelukkig leven vanaf. Dat gold helaas niet voor Alessio en Riccardo. Reanimatie in het ziekenhuis mocht niet meer baten.Ik zat geschokt voor de buis. Er gebeurden wel vaker tragische ongevallen. De krant stond er dagelijks vol van. Jongeren die na een avondje uit met de auto tegen een boom knalden, meisjes die in een park werden verkracht en vermoord. Ook erg, heel erg zelfs. En toch hakte dit erin. Ik dacht aan de ouders van Ricci en Alessio. Volgden die het nieuws nu ook via de tv? Er werd live naar het trainingscentrum van Juventus geschakeld. Politie-auto's en ambulances reden af en aan. Fans verzamelden zich bij de toegangspoort. Ondertussen legde een verslaggever van Sky uit dat Riccardo en Alessio als de nieuwe Gigi Buffon en Pavel Nedved golden, dat het tweetal al eens kampioen van Italië was geweest, dat beiden in beeld waren voor de squadra azzurra, dat de junioren vorige week - tijdens het jaarlijkse kerstdiner - nog hadden gedineerd met de helden van het eerste, dat de keepershandschoen van Ricci aan de rand van het meertje was gevonden, dat toen pas écht alle alarmbellen gingen rinkelen, dat veel omstanders zich afvroegen waarom het basin in Godshemelsnaam was aangelegd op slechts enkele meters van de voetbalvelden voor de jeugd, dat dat toch hartstikke gevaarlijk was, dat vanuit de hele voetbalwereld de condoléances binnenstroomden, dat de politie de komende dagen volop onderzoek zou doen naar de ware toedracht, dat zowel de spelersgroep als de begeleidingsstaf van Juventus geschokt hadden gereageerd en dat de Italiaanse voetbalbond had besloten om een minuut in stilte in acht te nemen voor aanvang van alle voetbalwedstrijden in de Serie A en B.
Daar stonden we dan, met z'n allen, opeengepakt in het stadio Artemio Franchi in Florence. Met het hoofd ten hemel gericht, of met het hoofd gebogen. Wat zouden we ons nog opwinden over binnenkant paal, buitenkant paal. Over wel of geen buitenspel. We dachten aan Riccardo en Alessio. Totdat Alberto Gilardino de 0-1 scoorde - vaffanculo! - want de wereld draait gewoon door en bal moet rollen.
Wednesday, December 13, 2006
Pasta Gattuso en Espresso Zambrotta
Mijn hart slaat bepaald niet sneller van Nike, lompe schoenen in lelijke kleurtjes, maar het moet gezegd: de nieuwe reclamecampagne van de Amerikaanse sportschoenenfabrikant is om van te smullen. Zeven spelers van de wereldkampioen staan centraal in een serie die de titel 'Produit en Italie' heeft meegekregen, oftewel: Made in Italy. Tijdens heerlijke vintage commercials die doen verlangen naar vroeger tijden, worden de Italiaanse voetbalhelden voorgesteld als ZAMBROTTA l'Espresso, Coppa CANNAVARO, Armadi MATERAZZI, Strumenti di precisione PIRLO, Pere IAQUINTA, Spumante GILARDINO, Motociclette ZACCARDO en - mijn persoonlijke favoriet - La Pasta di grano duro GATTUSO.
'Non scuoce mai, neanche ai supplementari', aldus een bijzinnetje: Kookt nooit over, zelfs niet tijdens de extra tijd. En onder de afbeelding van Zambrotta, de verdediger van FC Barcelona die in razende vaart uit een kopje espresso komt gespurt, valt te lezen: 'Difese di tutto il mondo, buongiorno!' De combinaties zijn goed gevonden. Cannavaro als vriendelijke stripheld (een soort Jerommeke) die tegen een grote bal van Italiaans schepijs trapt. Kinderkoortje op de achtergrond: Coppa Cannavaro ta-ta-ta-ta-ta! Zo naïef als wat, maar het idee werkt. Want natuurlijk: Italië is il Campione del Mondo, maar net zozeer land van espresso en cappuccino, ijs, prachtige designmeubelen, gedistingeerde auto's en motoren, spumante, verse groenten en fruit, pasta, pizza en spaghetti en nog veel en veel meer. Het moge duidelijk zijn: Italië wordt dit jaar gevierd. Ook door Nike. En dan vergeten we voor het gemak maar even dat la dolce vita zoals dat door Nike wordt gepresenteerd al lang niet meer bestaat en dat het de fabrikant natuurlijk maar om één ding te doen is: het verkopen van zoveel mogelijk gouden schoentjes van de Nike Celebration. Het allernieuwste model werd voor de verandering in Italië geproduceerd in plaats van Vietnam en kreeg vier sterren op de hiel of de tong mee. Quattro stelle die symbool staan voor de vier wereldtitels die door de azzurri in het verleden werden veroverd. De reclameposters, commercials én de schoenen zijn te bekijken via de website van Nike: www.nikefootball.nike.com
Sunday, December 10, 2006
Giglio d'Oro voor Bettini
Als er een feestje gevierd kan worden ben ik er gewoonlijk graag bij. Zo ging dat voorheen in Den Bosch en zo gaat dat nu in Florence. Vrijdag verzamelde wielrennend Italië zich in restaurant Carmagnini 500 in Calenzano, een gehucht net buiten de stad, voor de uitreiking van de Giglio d'Oro aan de beste wielrenner van het jaar. Nou moet ik zeggen dat ze er in de Orangerie in Den Bosch ook wat van kunnen als Peter Post namens de Club van 48 Michael Boogerd of Erik Dekker de zoveelste ereprijs op de borst speldt, maar een diner en prijsuitreiking op z'n Italiaans, tussen de Bettini's, Ballerini's, Alfredo Martini's, Tafi's, zonen en kleinzonen van Gino Bartali en neven en nichten van Fausto Coppi, is toch weer een andere sensatie.In trattoria Carmagnini 500 schoof ik rond de middag aan tafel naast de 87-jarige Giovanni Corrieri, de voormalige gregario van Gino Bartali die Ginetaccio in 1948 aan de overwinning in de Ronde van Frankrijk hielp en zelf ook nog twee etappes meepikte (Metz en Parijs). Corrieri was een rijzige gestalte. Dat gold bepaald niet voor Andrea Bartali, oudste zoon van Gino Bartali, die de voormalige helper van zijn vader innig omhelsde en zoende. Bartali junior had een al even imposante krommende neus als de wijlen winnaar van de Giro en de Ronde van Franrkrijk. Of, zoals Paolo Conte het in zijn aan Bartali opgedragen liedje zo mooi verwoordde: quel naso triste come una salita, die melancholieke neus zoals een hellende klim. Ah, daar waren bondscoach Franco Ballerini, zijn voorganger Alfredo Martini en Pierino Coppi, neef van. Nog meer handengeschud en gezoen. Diego Ulissi, de piepjonge wereldkampioen junioren ging op een stoel zitten en daar kwam, als allerlaatste, de wereldkampioen zelve binnengestapt: een gebruinde Paolo Bettini, in het gezelschap van zijn echtgenote Monica. Een luid applaus steeg op vanuit de zaal. 'Paolo, Paolo!' Il Grillo glimlachte bescheiden en stak zijn hand op. Het was genieten geblazen tijdens deze incontro van de Italiaanse wielerfamilie.
Verderop in de zaal paradeerde Signore Carmagnini, de uitbater van het restaurant, driftig op en neer en rangschikte de prijzen, de bekers, fruitmanden, electrische boormachines, stofzuigers en andere kadootjes die lokale sponsoren voor de gelegenheid beschikbaar hadden gesteld. Twee valines, een brunette en een blonde miss, repeteerden de prijsuitreiking. In de openhaard werd het vuur nog wat opgestookt. Ondertussen werden de antipasti geserveerd: plakken salami en prosciutto, crostini toscani en lardo. Een goed glas Venetiaans wit en hupsakee, door naar de risotto met funghi, de tagliatelle met een sugo di cinghiale, de rosbief met spinazie en aardappelen en tot slot wat cantuccini di Prato die we overvloedig in de zoete
vin santo doopten. Tussen de verschillende gangen door werden met plezier herinneringen opgehaald. Weet je nog? Toen en toen en toen. In dat opzicht verschillen Italiaanse wielrenners dus niet van hun Nederlandse collega's. Zo ging het er ook aan toe als je Peter Post, Gerben Karstens, Johan van der Velde en Jan Derksen aan een tafeltje zette. Dan werd er smakelijk verteld, nou! Corrieri begon tegenover Bartali junior maar weer eens over zijn etappe-overwinning in Parijs tijdens de Tour van 1948. 'Je babbo zei: Giovanni, ga jij maar voor de winst in Parijs maar hou Lucien Teissiere in de gaten, die is rap. Prompt kwam ik alleen aan met de Fransman, die ik in de sprint versloeg, nou nou nou'. Veel gebulderlach. Een enkeling sloeg zich van genot ende vermaeck op de buik. 1948, het was het jaar dat Bartali won en met zijn eindzege (hij won ook elf etappes en het bergklassement!) een revolutie in eigen land voorkwam. Terwijl communisten zich in de straten van Rome verzamelden om een moordaanslag op partijleider Togliatti te wreken, zat een ander deel aan de krakende radio gekluisterd om Gino's verrichtingen in de Tour te volgen. Toen het nieuws over diens geel bekend werd, brak een geweldig volksfeest los in Rome waardoor de burgeroorlog kon worden afgewend en Bartali voor altijd 'l'uomo chi ha salvato l'Italia' was. Andrea Bartali kwam over het nieuwste boek over zijn vader te spreken, waarin aandacht wordt besteedt aan diens werk voor de ondergrondse tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bartali fietste tussen 1943 en 1944 gemiddeld driemaal per week van Florence naar Assisi, waar Joodse onderduikers zich in een kerk verborgen hielden. Zogenaamd voor een trainingsrit, maar ondertussen reed Gino met valse documenten rond die hij verstopte in de zadelpen. Geen zwarthemd die het in zijn hoofd haalde de grote Bartali, die al een Tour de France gewonnen had (1938), onderweg staande te houden en dus werden mede dankzij de legendarische kampioen zo'n vierhonderd Joden het land uitgesmokkeld.
En dan nog even over doping, pepmannen en pillen. 'Weet je wat voor mijn vader doping was?', zei Andrea Bartali. 'Una bistecca, een biefstuk'. We lachten. 'Maar hij heeft ook wel het een en ander uitgeprobeerd hoor, amfetaminen enzo. Oh ja'. Nu had Franco Calamai van de Gazzetta dello Sport nog wat te melden; 'Want was het niet zo Giovanni (Corrieri) dat hij jou er eens op uitstuurde om de inhoud van de vuilnisemmer van Coppi te controleren om erachter te komen wat hij tijdens de koers achterover had gedrukt?' Corrieri knikte. 'Si, si'. Ach, doping is van alle tijden. Twee medewerkers van de Giro d'Italia, verantwoordelijk voor de sponsoring en pr, begonnen naast me over Basso en Pantani en legden uit waarom veel renners hun schedel kaalscheren en (in sommige gevallen) het haar blonderen, zoals begin en halverwege de jaren negentig nogal eens gebeurde, men denke aan Pantani en Frank Vandenbroucke. 'Gebruik van EPO is het eenvoudigst te traceren
via het haar. Door het scheren of blonderen wis je de sporen uit en verminder je de pakkans'. Ik dacht aan Pantani en zijn helpers van de Mercatone Uno-ploeg die na de overwinning van de Tour in 1998 met het collectief geblondeerde haar, baarden en sikjes over de Champs Elysees reden. Ik had dat nog kék en grappig gevonden ook. Over doping gesproken. Ook Bettini had nog wat te zeggen. Die zei opeens te willen stoppen met wielrennen als ze in de toekomst een dna-test verplicht stellen. Ik verslikte me bijna in de rosbief. 'Dat moeten ze maar doen bij renners waar thuis zakken bloed in de koelkast worden aangetroffen, maar niet bij mij. Het haalt niks uit in de strijd tegen doping'. Zo, die zat. Op volle maag nog wel. En hij haalde ook nog even voorzichtigjes uit naar landgenoot Ivan Basso, want: 'Die was een maand geleden nog tegen. Hij stuurde me als eerste een sms'je toen ik mijn standpunt had geformuleerd. 'Bravo, ik ben het volledig met je eens', zei Ivan maar nu hij een contract heeft getekend bij Discovery is hij dus ineens van gedachten veranderd. Gek. En waarom deed hij deze zomer dan geen dna-test om zichzelf vrij te pleiten in de zaak Fuentes?' Punto. Het was tijd voor de uitreiking van de Giglio d'Oro. Saverio Carmagnini stak de loftrompet over Bettini. Wat hadden we met allen van zijn overwinningen genoten, wat had hij veel grinta getoond en oh, wat hadden we met hem meegevoeld toen eind september Bettini's broer zijn auto de sloot instuurde en ter plekke aan de gevolgen overleed. Dat hij daarna op grandioze wijze de Ronde van
Lombardije wist te winnen was een onvergetelijk eerbetoon geweest, zei Carmagini. De emotie hing voelbaar in de lucht. Om me heen slikten stoere mannen hun tranen weg. Bettini hield het evenmin droog. En ook ik moest mijn best doen de waterlanders binnen te houden en goot snel een slok wijn naar binnen. Carmagnini riep Bettini naar voren die uit handen van Alfredo Martini voor de derde keer in zijn carriere de Giglio d'Oro, de Gouden Lelie, kreeg uitgereikt. Een bedankwoord en applaus, veel applaus. Snel nog even op de foto met de sponsor van de lokale ijzerwarenhandel en toen was Bettini al weer gevlogen. Op weg naar Livorno. Om de avond met vrouw en kind door te kunnen brengen, zei de kampioen. 'Want morgen begint de voorbereiding op het nieuwe seizoen al weer'.
Saturday, December 09, 2006
Keepen met koffie
Zomaar een aardigheidje over de doelman die de spitsen Ibrahimovic en Crespo van Inter dit weekend op hun weg vinden als ze ballen afvuren op het vijandelijke doel: Daniele Balli. De doelman van Empoli is niet alleen de minst gepasseerde keeper uit de Serie A, hij is tegelijkertijd een van de meest kleurrijke voetballers in de Italiaanse competitie. Zo één die zichzelf en de voetbalwereld om zich heen niet al te serieus neemt, zo één die ondertussen wel gewoon zijn doel proper houdt, kortom: zo één waar je er graag een paar meer van zou zien op de Italiaanse velden, maar tevergeefs. De Totti's, de Ibrahimovicen en de Vieri's vormen nog steeds de maat, niet bepaald de meest bescheiden sterren. Nee dan Balli. Niks geen poeha, gewoon ballen tegenhouden. En tussen de bedrijven door (lees: corners, vrije trappen en zweefduiken) gewoon een espressootje of acht achterover werken om te voorkomen dat je van pure ellende en verveling in slaap valt onder de lat. Echt waar? Echt waar. Het kan zomaar zijn dat je als aanvaller van de tegenpartij even moet inhouden omdat Balli nog wat dampende koffie uit de thermosfles schenkt. Hup, snel een slok en op naar de volgende redding. De keeper zweert bij een stevige espresso tijdens het doelverdedigen. Dat zit zo: 'Ik heb eigenlijk geen idee hoe ik ballen moet tegenhouden. Ik ben een matige keeper. Dankzij de koffie ben ik in ieder geval alerter, geconcentreerder en dan lukt het wel'. Keepen op koffie, lekker Italiaans. Zowaar dat Balli dit seizoen pas tien ballen doorliet. Beh, niet gek voor een gemankeerde doelman van 39. Er is een probleem: hoe vat je op zondagavond de slaap, met al die sloten koffie in je lijf? Niet dus.
Balli zat na afloop van wedstrijden soms urenlang stuiterend voor de buis, terwijl de caffeïne door zijn aderen gierde. Niet in slaap te krijgen! Daar werd hij niet bepaald vrolijk van en de eindeloze samenvattingen op televisie, nou, die gingen dus ook vervelen. Na een poos was Balli het eindeloze gewoel in bed zo beu dat hij zijn vriend Guicciardo Del Rosso om raad vroeg. De verpleger van beroep kwam op het briljante idee om Balli naar de Pronto Soccorso, de Eerste Hulp van het streekziekenhuis in Fuccechio door te verwijzen. Niet zozeer voor hulp maar daar zaten ze volgens Guicciardo nogal om vrijwilligers voor in de nacht verlegen. Balli hoefde geen twee keer na te denken en is nu behalve doelman, ook part-time ziekenverzorger. 'Ik probeer de patienten vooral mentaal tot steun te zijn. Hartaanvallen, vergiftigingen, mensen worden met de meest uiteenlopende problemen binnengebracht. Ze laten me niet alles doen want ik ben natuurlijk niet opgeleid, maar ik kan me in ieder geval nuttig maken'. En zo werd van de nood een deugd gemaakt. Balli's nachtdienst begint om elf uur 's avonds en eindigt om half vijf in de ochtend. 'Ik help anderen maar ik help vooral mezelf. Ik kan me zo mentaal weer opladen en en voel me een stuk beter'. Bravo Balli.
Friday, November 24, 2006
Derby della Toscana
Zondag staat de Derby della Toscana op stapel. Siena tegen Fiorentina. Nou, dan vliegen de pannen hier van het dak. Daar hebben ze het al weken over in Siena én in Firenze. Dat zit dus zo: een echte Italiaan bestaat eigenlijk niet. Een Florentijn wel, of een Siënees. Een 'Italiaan' is bovenal trouw aan de eigen kerkklok (campanellismo), voelt zich daarna pas verbonden aan de regio en tot slot voelt een Italiaan zich één met alle andere Italianen, maar dat gebeurt maar een enkele keer en meestal dán als de squadra azzurra speelt. Ja ja, sport verbroedert. Op zich is het niet zo verwonderlijk dat nationalisme in Italië amper bestaat en dat men trotser gaat op het eigen dorp of stad. Italië is een relatief jonge republiek (1946) die na de Tweede Wereldoorlog werd gevormd door het samenvoegen van twintig verschillende regio's. Voor die tijd werden diezelfde regio's lange tijd autonoom bestuurd. Toscane bestaat uit tien verschillende provincies. Adellijke families uit bijvoorbeeld Lucca, Pisa en Siena bestreden elkaar eeuwenlang om de macht. Dat waren veelal bloedige veldslagen die hun sporen achterlieten op het collectieve geheugen van dé Toscaan (als die al bestaat). Uiteindelijk kregen de Medici's het tijdens de middeleeuwen voor het zeggen. Sindsdien is Firenze de hoofdstad van Toscane. Die overwinning én het feit dat in de stad aan de Arno de Renaissance haar oorsprong vond, maakt dat Florentijnen zich gewoonlijk wat 'verlicht' voelen ten opzichte van het gepeupel in de rest van de regio. Die enigzins arrogante houding wordt door de buren uit Siena niet bijster gepruimd. Er zit de Siënezen en Florentijnen over en weer wel wat meer dwars. Al dat soort sentimenten en frustraties komen tijdens de tweejaarlijkse derbies in de Serie A tot uiting. Strijdliederen klateren gewoonlijk van de tribunes als het tussen Fiorentina en Siena gaat. Derby. Mooi fenomeen en overal ter wereld in essentie hetzelfde. Of het nu gaat om Liverpool tegen Everton, Feyenoord tegen Sparta, WIllem II tegen NAC Breda of de derby der derbies: Celtic tegen Galsgow Rangers.
In Italië kunnen ze er ook wat van. En zoals het de liederlijke 'spaghetti's' betaamt werden voor de verschillende derbies prachtige bijnamen verzonnen. Zo bestaat de 'derby della Mole (mol)' tussen Juventus en Torino, de 'derby della Lanterna (lantaarn)' tussen Genua en Sampdoria, de hoofdstedelijke 'derby capitolino' tussen Lazio en AS Roma, de 'derby Scaligero' tussen Hellas en Verona, vernoemd naar een beroemde adellijke familie uit de stad, de 'derby del Sud' tussen Lazio en Napoli,
'derby della Madonnina' tussen AC Milan en Inter en tot slot: de 'derby d'Italia', tussen de klassieke rivalen Juventus en Internazionale. Lombardije tegen Piëmonte, bianconero tegen nerazzuro, FIAT tegen PIRELLI, voetbalgrootmacht tegen voetbalgrootmacht. Derby, mooi universeel woord. Volgens Britse etymologen wordt de term in 1844 voor het eerst in woordenboeken opgenomen. Derby zou verwijzen naar ene Lord Derby, Earl van Derby, die omstreeks 1780 paardenkoersen organiseerde. Ook de Italiaanse koning Umberto I liet volbloed Arabieren tegen elkaar aantreden en noemde zijn race 'Derby Reale'. Later werd verondersteld dat het woord derby werd gebruikt om races tussen driejarige veulens van één en dezelfde graaf aan te duiden. En daarmee is de moderne betekenis van het woord derby enigzins verklaard: een duel tussen twee ploegen uit één en dezelfde stad of regio. Zondag gaat het dus tussen Siena en Fiorentina. Bianconero tegen Viola. Opdat de sterkste ploeg moge winnen.
Tuesday, November 21, 2006
Voetbal en Siffredi
Ik zat afgelopen zondag bij mijn beste vriend Andrea thuis voor de buis en volgde AS Roma tegen Catania. Het kwam buiten met bakken uit de lucht, de herst had zich nu ook in Toscane ingezet. Gelukkig speelde Roma dat het een lieve lust was. Perrotta, Totti, Montella, Mancini en al die anderen. De ene na de andere bal vloog erin. Rete, rete, rete! Ondertussen was Andrea met een bistecca Fiorentina in de weer. Hij stookte het vuur nog maar eens op, dat gezellig knisperde. Het was een luie zondagmiddag zoals luie zondagmiddagen in november bedoeld zijn. Voetbal, openhaard, glaasje Chianti erbij en klaar. Perrotta scoorde zijn tweede, terwijl Andrea de Toscaanse biefstuk op de geïmproviseerde barbeque gooide en uitlegde dat het bruin bakken van een bistecca niet aan iedereen gegeven is, ook al is het principe eenvoudig: vijf minuutjes aanbraden aan elke kant. Geen minuut meer of minder. Tussendoor omdraaien is uit den boze. Zoals het ook uit den boze is de steak vooraf te bewerken met peper en zout. Daar krijg je maar taaie, droge lappen van, een zogenaamde bistecca drogata. En dat soort gepekelde exemplaren blieft Andrea niet. Het verhaal van een man en zijn vlees.Over een man en zijn vlees gesproken: Rocco Siffredi, wie kent hem niet? Of beter: wie kent zijn lap vlees van 24 centimeter niet? De Italian Stallion is een absolute legende binnen de internationale pornowereld en zelfs in het puriteinse Italië, land van paus en kerk, geniet Siffredi cultstatus. In Florence wordt de verpauperde buitenwijk Rifredi ook wel Firenze Siffredi genoemd. Als dat geen eerbetoon is! Het sex-icoon heeft meer dan 1500 adult movies op zijn naam staan en wordt de koning van de anale sex genoemd. 'I was born to be a porn star', zei hij ooit. Twee jaar geleden besloot Siffredi op 40-jarige leeftijd evenwel met pensioen te gaan. Hij had zijn fortuin gemaakt en het was wel mooi geweest met het van bil gaan. In plaats daarvan neemt Siffredi voortaan plaats achter de camera's en produceert nu zijn eigen pornofilms. Een uitzondering maakte hij onlangs voor Amica Chips. De Italiaanse producent van patatine vroeg de afgezwaaide pornoster voor de hoofdrol in een nieuwe commercial voor op televisie. Dat was slim bedacht van Amica Chips. In Italië wordt het vrouwelijk geslachtsdeel ook wel met patata aangeduid en wie kon je dan beter uitnodigen om je produkt aan te prijzen dan Rocco Siffredi, dé specialist. Het resultaat was een werkelijk hilarische spot die de afgelopen maanden voorbij trok op televisie. De kijkers kregen Rocco Siffredi te zien die in een rood met zwarte satijnen badjas aan de rand van het zwembad zit, omringd door dames in bikini. 'Di patate ne ho visto tante', begint Siffredi met een buil chips in handen. Oftewel: 'In mijn leven heb ik heel wat 'patate' voorbij zien komen'. In de achtergrond springen kirrende dames in het zwembad. 'Smakelijke, smeuïge. Ik kan gewoon niet zonder ze. Ik heb alle smaken geprobeerd. Amerikaanse, Duitse, Nederlandse. Grote of kleine. Ik nam ze soms wel met drie tegelijk'. (...) 'Maar er was er geen een zo lekker als deze'. Hup, en snel duwde Siffredi een handje chips naar binnen om te vervolgen: 'Vertrouw op iemand die ze allemaal heeft uitgeprobeerd: patate van Amica Chips zijn de allerlekkerste'. Bij mij thuis rolden we gewoonlijk van de bank van het lachen als Rocco op televisie weer eens over patatine begon, maar daar werd niet door iedereen hetzelfde over gedacht. De commercial riep in Italië zóveel weerstand op, dat Amica de spot na een poos van de buis besloot te halen. Maar dat gaf natuurlijk helemaal niets. Iedereen had het over Rocco en zijn patatine, wat wilde je als chipjesfabrikant nog meer? Bovendien valt de spot nog altijd te bekijken via internet, via Utube bijvoorbeeld (http://www.youtube.com/watch?v=Fl6xNo3ufOI)
De tafel was gedekt, de bistecca mals en gaar. Op televisie schoot Totti de 7-0 erin. De aanvoerder van Roma viel zijn ploeggenoten ergens halverwege het veld euforisch in de armen. In de achtergrond schoten reclameborden voorbij. Amica Chips vierde het succes van Totti mee. Van Rocco Siffredi geen spoor.
Wednesday, November 15, 2006
Santo Lippi
Ik liep Marcello Lippi deze week tegen het lijf. Hij knipoogde op afstand, ik zwaaide terug. Oe-la-la, zoals de voetbaltrainer in de chiqueste winkelstraat van Florence aan het palazzo Strozzi en de etalages van Dolce en Gabbana en Louis Vuitton voorbij flaneerde, op een kilometer afstand van het nationale trainingscentrum in Coverciano waar hij de basis legde voor het WK-succes. Hier liep niet zomaar iemand, hier liep Marcello Lippi. Zoals hij daar in al zijn zelfverzekerdheid door Florence kuierde. Zo zag succes er dus uit, in zijn puurste vorm, in dit geval gestalte gegeven door de afgezwaaide bondscoach van de wereldkampioen. Italianen zijn een meester in het fingeren van nonchalance. Alsof 'fare una bella figura' ze geen enkele moeite kost. Alsof stijl vanzelfsprekend is. Lippi had die ochtend besloten zich in een prachtig, strak gesneden donkerblauw maatkostuum te hijsen, mooi contrasterend overhemd en een paar lichtbruine loafers aan de voeten. Een hand bungelde losjes in de broekzak, met de andere hield hij een sigaar beet. Dit was 'una passeggiata' op z'n Italiaans. Zien en gezien worden, en dan vooral dat laatste. Lippi nam een paar trekjes van zijn sigaar, vermoedelijk een Toscano. De rook kringelde omhoog - zijn neus naar binnen en langs de slapen - en gaf de charmante grijsaard het aureool van een heilige, een voetbalheilige. In de Via Tornabuoni kwam niemand qua onaantastbaarheid in de buurt van Lippi. Glimlachend ging hij alleen over straat, in dezelfde stad waar rond 1400 al een eerste vorm van het moderne voetbal werd gespeeld - het Calcio Fiorentino - en waar naamgenoot Filippino Lippi tijdens de middeleeuwen ook al werd bewierookt. Grande Marcello zou niet hebben misstaan in de eregalerij van Renaissance-kunstenaar Filippino, die in zijn tijd (1457-1504) Madonna's en andere bijbelse figuren in vochtig pleister frescoëde, onder andere te bewonderen in de kathedralen van Spoleto, Padua en Prato. Voetbaltrainers bestonden nog niet. 
Was Lippo Lippi vooral een genie in het mixen van kleuren en een inspiratiebron voor latere Renaissance-meesters, die andere Lippi, Marcello, is een meester als het de bal aangaat en inspireert evenzeer, maar dan voetballers en collega-trainers. Dat bewees de Toscaan tien jaar geleden al in Turijn, waar hij als trainer van Juventus vijfmaal het scudetto won en eenmaal de Champions League. Ik herinner me hoe Lippi ooit op Schiphol werd opgevangen door een kluster Nederlands-Italiaanse Juvefans (of andersom, of misschien waren het wel Duitsers, want Juve is ook razend-populair bij de Oosterburen) die uit volle borst zongen: 'Marcello Lippi e un gran' allenatore...lalalala'. De trainer bedankte koeltjes voor de moeite en stapte de bus in, op weg naar de Amsterdam Arena, voor een duel tegen Ajax. Het was een mooi schouwspel, al verstond ik geen bal van wat ze zongen. Het was nog voordat ik een Italiaanse talencursus zou volgen en pas later zou ik begrijpen dat 'allenatore', trainer betekent en dat Lippi door zijn fans dus een 'grande', een hele grote werd gevonden. En dat is 'ie natuurlijk ook.
Lippi. Gedistingeerd aan de buitenkant, maar enigzins een boerenkinkel zodra hij zijn waffel opentrekt. Hij godvert er tijdens persconferenties en interviews gewoonlijk vrolijk op los als iets of iemand hem niet bevalt. Ook deze zomer galmde het cazzo, coglioni, vaffanculo of nog erger, geregeld door de aula van de voetbalbond als Lippi weer eens antwoorden moest op vragen over het fraudeschandaal, zijn mogelijke inmenging daarin, of anders de betrokkenheid van zijn zoon Davide, een spelersmakelaar in dienst van de Moggi's. De in de badplaats Viarreggio geboren en getogen Lippi draagt de zee in die zin met zich mee dat zijn karakter als dat van een zeevaarder is. Ongepolijst. Type ruwe bolster, blanke pit. Rechtdoor zee, dat wel. Of het je nou belieft of niet. En zoals het een stoere zeebonk betaamt, een zwak voor de vrouwtjes natuurlijk. Of, zoals Moggi en Giraudo hem tijdens een onderschept telefoongesprek ooit omschreven: 'Bij Lippi gaat het negen van de tien keer over boten of over vrouwen'. In elke haven een ander schatje. Legio en kleurrijk zijn de anecdotes over Lippi's escapades. Een uitstekend sportjournaliste van La Nazione belde eens met de bondstrainer. Of ze voor een interview in Viarreggio langskomen mocht? 'Non c'e problema', antwoordde Lippi die de knappe reporter subiet bij hem thuis uitnodigde voor een espresso, een gesprek en wie weet voor een beetje meer? Toen een mannelijke collega de volgende dag plots moest invallen voor zijn zieke collega, werd hij door Lippi naar een bar om de hoek gedirigeerd. Want zijn privacy was hem veel waard, weet je wel.
Een jaar geleden mocht ik Lippi vijf vragen stellen tijdens een interview voor de NOS. Het was een paar dagen voor de vriendschappelijke interland Nederland-Italië. Staand naast de camera, met Lippi voor mijn neus en een bataljon hijgende Italiaanse journalisten in mijn nek, brak het angstzweet me bijna uit. 'Wat als hij me niet verstond? Stelde je voor dat ik mijn vragen vergat!', schoot het door mijn hoofd. Goed ar-ti-cu-le-ren, Renate, sprak ik mezelf moed in. En vooral niet tutoyeren, had de perschef gezegd. Lippi is geen tu, maar Lei, een U dus! Allemachtig. Daar gingen we. Vijf vragen later was het al weer afgelopen en verdomd dat het nog goed was gegaan ook. 'Grazie mille', zei ik en drukte Lippi de hand. 'Niente', antwoordde de bondscoach die mijn toegestoken hand een fractie langer vasthield dan nodig was en een vliegensvlugge vingerbeweging maakte aan de binnenkant. Nog een knipoog als toegift. Ik stond nergens meer versteld van. Dit was Italië niet waar? Een paar jaar geleden had Gigi Lentini me al iets soortgelijks geflikt. Toen ik voor Sportpaleis De Jong in de hekken rondom het trainingsveld van Torino hing om een afspraak voor de Massagetafel te bevestigen, toucheerde Lentini in het voorbijgaan quasi erotisch mijn hand. Ik wiebelde van ontsteltenis van het opstapje, vanwege zoveel misplaatst macho-gedrag. Cameraman Rob Hodselmans en Wilfried de Jong deden het in hun broek van de lach. Een jaar later is de succescoach annex womanizer het aardse definitief ontstegen. Met het fraudeschandaal als handicap maakte hij van de azzurri één squadra azzurra, met de wereldtitel tot gevolg. Santo Lippi kan in Italië nooit meer stuk. Vandaag verscheen zijn biografie: 'La Squadra'. Lippi doet in het boek zijn geheim enigzins uit de doeken, maar eigenlijk is het al lang geen geheim meer dat in de wereld van Lippi alles om het collectief draait, omdat: 'Een vedette weliswaar een wedstrijd voor je kan winnen, maar nooit de titel, die win je dankzij de kracht van een sterk collectief'. In het boek komt ook naar voren dat Lippi geen manager is van het dictatoriale type, maar iemand die assistenten en spelers op hun eigen verantwoordelijkheid aanspreekt. Hij omringt zich met sterke karakters in plaats van ja-knikkers. Hij wil niet de baas zijn, hij IS de baas. Vandaar dat de spelers hem tijdens de WK 'il condottiero' noemden, de leider, een bijnaam waar Lippi zeer verguld mee is. 'Omdat ik liever een leider ben dan een vaderfiguur. Ik wil rationeel, helder en objectief kunnen denken. Bovendien: een vader hebben ze al'. Ook Lippi privé komt in het boek aan bod. Dan gaat het over de man en zijn gezin, over smakelijke avontuurtjes gaat het uiteraard niet. Evenmin onthult hij details uit de kleedkamer: 'Omdat dat privédingen zijn tussen mij en de spelers'. 'La Squadra', opgeschreven door Rosa Alberoni, gaat wel over Lippi's moraal, zijn principes en geeft bovendien technische tips waar Marcello Lippi in ieder geval een 'gran' allenatore' mee geworden is.
