Monday, July 14, 2008

Toni macaroni


Der Toni
Marcello Lippi en Franz Beckenbauer keuvelden er onlangs gezellig op los. Ik stond aan de bar in Siena en ving flarden op van het gesprek. Het ging niet over voetbal. De Duitser vroeg waar Lippi eigenlijk vandaan kwam. ‘Viareggio’, antwoordde de Italiaan. ‘Goh dat is toevallig. Daar ben ik in 1964 op vakantie geweest. Het was mijn eerste vakantie buiten Duitsland. Geweldige tijd gehad’, zei Beckenbauer. Lippi stond erbij en keek ernaar. Wat verveeld. Wat wil je anders? Als je net als Lippi uit Viareggio komt, één van Italiës populairste badplaatsen langs de Toscaanse kust, overkomt het je vermoedelijk wel vaker dat de één of ander begint met: ‘Goh, dat is toevallig. Daar ben ik ooit op vakantie geweest’. Ik ook. Samen met een vriendin. Ik had Lippi kunnen vervelen met het verhaal dat we met onze billen uit de achterklep van de tot camper omgebouwde Mercedes Vito hingen toen we door de carabinieri op de bon werden geslingerd, vanwege wildplassen. Ik deed het niet en schoof in plaats daarvan een toastje met truffelpate naar binnen. Lippi vroeg waar Beckenbauer woonde (in de buurt van Salzburg) en begon over het WK van 2006 dat door de Duitsers zo fantastico georganiseerd was. Hij zei dat de staf van het hotel vreselijk gastvrij was geweest en dat dat zeker had bijgedragen tot het succes van de Italiaanse ploeg. Het ging er reuze gezellig aan toe tussen de Duitser en de Italiaan. Nou is dat op zich niet gek. Hitler en Mussolini konden het tijdens de Tweede Wereldoorlog ook heel best met elkaar vinden, maar in recenter jaren boterde het niet best tussen de twee naties. Had onder andere te maken met voetbal. Het begon allemaal tijdens de WK van 1970 toen de Italianen de Duitsers uit het toernooi knikkerden tijdens een legendarische halve finale, een duel dat de geschiedenis in zou gaan als ‘de wedstrijd van de eeuw’. Niet getreurd. De Duitsers zouden hun revanche krijgen. Tijdens de EK van 1980 in Rome bijvoorbeeld, toen West-Duitsland won. Net als tijdens de WK van 1990 toen Beckenbauer Der Mannschaft in Italië naar de werelditel leidde. Gelukkig voor de spaghetti’s werd de WK-finale van 1982 van Duitsland gewonnen en twee jaar geleden revancheerden de spelers zich op de best mogelijke manier voor Calciopoli door in Berlijn de wereldbeker op te eisen. Heerlijke vendetta! Wie weet komt het de komende EK weer tot een clash tussen de twee voetbalgiganten. Het zou de droomfinale van Der Franz zijn. Het Duitse bedrijf Media Markt nam op dat scenario alvast een voorschot. De hifi-keten besloot tot een campagne met Toni in de hoofdrol. Niet Luca Toni, sterspeler van Bayern en de nationale ploeg, maar een louche Italiaanse playboy, omhangen met schakelkettingen en een zonnebril op het voorhoofd geplakt. De aalgladde macho moet tijdens de EK de verkoopcijfers wat opstuwen. Alle cliché’s over Italianen komen tijdens de vier commercials aan bod. Dat ze onbetrouwbaar, seksistisch en corrupt zijn bijvoorbeeld. In één van de spots zien we Toni omringd door doldwaze Duitsers die en masse nieuwe televisies en laptops aanschaffen ‘om Der Mannschaft tot aan de finale te kunnen volgen’. Toni, in macaroni-Duits: ‘…terwijl wij Italianen gewoon de scheidsrechters omkopen…haha…(grapje)’. In Italië vonden ze er niks grappigs aan. Daar werd de campagne als een ernstige belediging opgevat. Boze Italiaanse medewerkers van Media Markt plaatsten een advertentie in de krant met als kop: ‘Als Italianen niet bestonden, zouden ze moeten worden uitgevonden’. Zelfs de Italiaanse ambassadeur in Berlijn bemoeide zich ermee. Hij schreef een boze brief, waarna het gewraakte filmpje van de buis werd gehaald. Luca Toni maakte zich ondertussen niet druk. ‘Of de Duitsers ons in de maling nemen? Mooi zo. Dat deden ze twee jaar geleden ook en toen wonnen we de wereldtitel. Hopelijk brengt het ons opnieuw geluk’.

Tuesday, June 10, 2008

Primo

Ik weet nog dat de kastelein van de bar tabacchi in het Noord-Italiaanse dorpje Sequals een versleten boksschoen in maat 54 op de toog zette. Een enorme schuit was het, in donkerbruin leer met rode veters; de schoen van een reus. Ik verslikte me bijna in de prosecco. ‘Die is nog van Primo Carnera geweest’, zei de man trots. De zolen waren versleten, het leer uitgebeten van het zweet. Daar moest ooit flink op getraind zijn. En dat deed Carnera dan ook. Touwtje springen met dat lijf van twee meter, hardlopen met die 125 kilo schoon aan de haak. Met mannen, vrouwen en kinderen op zijn schouders door de straten van Sequals. Echt waar, Primo deed het. Carnera wist dat hij als bokser geen natuurtalent was, dus moest de achterstand met trainen worden goed gemaakt. Er werd over de Italiaan van alles gezegd en geschreven. Dat hij bij de geboorte al acht kilo woog. Dat hij als twaalfjarige het lichaam van een man bezat. Dat er geen passende schoenen voor hem te vinden waren en dat zijn moeder hem daarom de kistjes van een gesneuvelde Oostenrijkse soldaat aantrok. Dat hij als puber een liter sinaasappelsap, twee liter melk, negentien boterhammen, veertien eieren en een pond prosciutto tijdens het ontbijt gebruikte. Dat de familie van Primo (mozaïekmakers van beroep) daar helemaal het geld niet voor had en dat pa en ma hem daarom naar een vrijgezelle tante in Frankrijk zonden, waar hij als prijsvechter bij een rondreizend circus terechtkwam. Dat Torre Gorgonzola uiteindelijk door een Parijse bokspromotor werd ontdekt, die van de reus een bokser besloot te maken. Ze zeiden dat hij een freak was. Dat hij er eigenlijk geen hout van kon. Dat hij maar wat liep te maaien met die armen, dat zijn voetenwerk nergens op leek. Dat hij kampioen werd gemaakt door New Yorkse mafiosi, die Primo’s potjes met dollartekens in hun ogen bekeken vanaf de eerste rij. Met een dikke sigaar in de mond en met chique gleufhoeden op de bol. Er werd gezegd dat hij een domoor was die zich liet paaien door Benito Mussolino die in Carnera het ideale propagandamiddel zag. Ach, ze zeiden zoveel. Feit is dat Primo Carnera Italiës eerste en enige wereldkampioen boksen in het zwaargewicht is en daarmee een held voor altijd. Hij wordt in één adem genoemd met campionissimo Coppi en racelegende Nuvolari en nog steeds zeggen moeders tegen hun kinderen: ‘Mangi (eet), dan word je later net zo groot en sterk als Carnera’. Zijn populariteit zit hem in het krankzinnige levensverhaal (hij was na zijn carrière ook nog worstelaar én filmster), waar boksers patent op lijken te hebben. En Primo had lef. Die ging naar de grond en stond weer op. Zoals in 1934 toen hij door Max Baer elf keer in twaalf ronden (een record!) tegen het canvas werd gemept. Carnera had na de eerste uppercut ook kunnen blijven liggen. Hij deed het niet. Hij stond op. Zoals hij het zijn hele leven gewend was geweest. Primo Carnera had al een eigen museum, een eigen stichting. Boeken, documentaires, schilderijen en strips werden aan hem gewijd. Vorige week kwam daar een fictiefilm bij, gemaakt door de Italiaanse cineast Renzo Martinelli. ‘Primo Carnera, the Walking Mountain’, ging in première in Madison Square Garden in New York, op de plek waar Carnera precies 75 jaar geleden wereldkampioen werd door Jack Sharkey in de 6de ronde knockout te slaan. In de bokstempel dit keer geen gangsters op de eerste rij, maar sterren zoals Robert de Niro, Sylvester Stallone en Martin Scorsese. En ze applaudiseerden allemaal voor Primo Carnera, de bokser die in 1967 overleed aan de gevolgen van suikerziekte en een leveraandoening. De reus stierf thuis in Sequals. Hij was pas 60 jaar oud. Nog een laatste espresso in Villa Carnera, een schietgebedje en dat was het dan wel. Op zijn graf hebben ze een mooie buste van de bokser neergezet. Wereldkampioen staat eronder: Primo.

Sunday, April 27, 2008

Idool

Toen ik dertien was hing er een poster van Giuseppe Giannini boven mijn bed. Dat vonden mijn vriendinnen maar raar. Die droomden van een kusje van Rob Lowe of Ralph Macchio uit the Karate Kid. Inge van twee deuren verderop was fan van Frank Zappa. Dat had ook wel wat. Zaten we ’s middags na schooltijd elpeehoezen te bestuderen en maar giechelen om Zappa’s: ‘Don't fool yourself girl, it's goin' right up your poopshoot. Ram it, ram it, ram it up your poopshoot...’ Hoe of waarom ik ooit met het aanbidden van Giannini begonnen ben, is mij niet meer helemaal duidelijk. Vermoedelijk zat er op een woensdagochtend opeens een uitklapposter van AS Roma of het Italiaanse elftal bij de Voetbal International en vielen de schellen dan eindelijk van mijn ogen. Giuseppe Giannini. Die naam alleen al. Klonk toch beter dan Cees Schapendonk of, pak ‘m beet, Ad van der Wiel. Prachtige gebeeldhouwde kop ook. Als uit marmer gebeiteld, maar dan in kleur. Met een stoere stoppelbaard erop en halflang golvend haar. Ik had net Paolo Maldini ontdekt en dan nu Giannini. Goh, dat zulke voetballers bestonden. En toen ben ik eens op onderzoek uitgegaan. Ik wilde alles over mijn Italiaanse held te weten komen. Bleek Giannini nog een geweldige voetballer te zijn ook. Een knapzak met klasse, wat wilde je nog meer? Giannini bleek een fantasista. Oftewel: een echte spelmaker met rugnummer tien. Capitano van AS Roma bovendien, in dat prachtige bloedrode shirt met de geel-oranje bies en Barilla op de borst gedrukt. Ze noemden hem Il Principe (het prinsje) omdat Giannini zo elegant voetballen kon. Ik stelde me daar van alles bij voor. Lekker dribbelen, met de bal aan de voet geplakt. De blik niet op de grond gericht, maar op oneindig, klaar om te passen. Op Francesco Graziani bijvoorbeeld. Of Rudi Völler. In Turijn en in Milaan hadden ze het knapste jongetje van de klas wat graag binnengehengeld, zo tegen het einde van de jaren tachtig, maar mooi dat Giannini nee zei tegen weet ik hoeveel miljard lire. Die voetbalde liever aan de boorden van de rivier de Tiber, in de stad waar hij geboren werd, bij de club van zijn hart. Het maakte van Giannini een onsterfelijke voetballer, een held voor velen en jeugdidool van een nog piepjonge Francesco Totti. Anno 2008 is Giuseppe Giannini bijna vergeten en voor Totti lonkt het einde van zijn carrière. De jongste posterheld der bakvissen is een Napolitaan van geboorte die luistert naar de naam Marco Borriello. De spits van Genoa is met negentien goals topscorer van de Serie A, nog vóór Trezeguet, Mutu en Del Piero. Het is niet alleen veelscoren dat Borriello doet, maar vooral mooiscoren. Zoals die halve omhaal met links tegen Cagliari. Vanuit de draai, aannemen en uithalen: rete! De wereld ligt sinds kort aan zijn voeten. Dat is wel eens anders geweest. Opgegroeid in de jeugdopleiding van AC Milan kreeg de Napolitaan nooit écht een kans. Hij werd vaker verhuurd. En toen zich vorig seizoen dan eindelijk een kans aandiende, werd Borriello op doping betrapt en voor vier maanden geschorst. Onterecht, vond Borriello’s vriendin. Belen Rodriguez, een Argentijns supermodel, nam tijdens een interview in de Italiaanse Sportweek heel onbaatzuchtig de schuld op zich. Bloedmooie Belen legde uit dat ze voor een onschuldig ontstekinkje aan haar intieme delen een pommata had gebruikt met daarin cortisonen. Het kon volgens Belen niet anders dan dat Marco dat spul via een vrijage in zijn systeem had gekregen. Onzin natuurlijk, maar wel een geweldige dopingsmoes. En weer eens wat anders dan: 1. Ik heb verontreinigde waterhoen gegeten (Stefano Garzelli) 2. De clenbuterol was voor mijn hond bedoeld (Frank Vandenbroucke) 3. Men heeft nandrolon in mijn tandpasta geïnjecteerd (Dieter Baumann). Gelukkig voor Borriello gloort er licht aan de horizon. In Genoa wisten ze het al langer, maar ook Roberto Donadoni lijkt nu om: Borriello is de nieuwe bravo van het Italiaanse voetbal. En nog bello ook.

Tuesday, April 22, 2008

Lippi 60 jaar

Het is dit seizoen geen feest om fan van AC Milan te zijn. Afgelopen weekend verloor de houder van de Europa Cup I van Juventus. Het was alweer de negende verliesbeurt van het seizoen, in eigen huis werd pas vijf keer gewonnen. Bijgelovige fans hebben het over de vloek van San Siro omdat in de spelonken van het stadion een zwarte kat is gesignaleerd. De realisten geven toe dat Milan een ploeg op leeftijd is. Nog een geluk dat clubeigenaar Silvio Berlusconi deze week de parlementsverkiezingen won. Valt er tenminste nog wat te vieren, in Milaan. Wie deze week ook wat te vieren had, is Marcello Romeo Lippi. De afgezwaaide bondscoach werd zaterdag zestig. In Italië werd bij die mijlpaal uitgebreid stilgestaan. Een taart op de redactie van de Gazzetta, kaarsjes uitblazen in de studio van Sky. De voormalig bondstrainer is in Italië Santo Lippi. Ik liep hem ooit tegen het lijf in Florence. Lippi knipoogde vanaf de overkant van de straat, ik zwaaide vriendelijk terug. Oe-la-la, zoals de trainer in de chiqueste winkelstraat van Florence aan het palazzo Strozzi en de etalages van Dolce & Gabbana voorbij kuierde. Hier liep niet zomaar iemand, hier liep Lippi. Zo zag succes er dus uit. Italianen zijn een meester in het fingeren van nonchalance. Alsof stijl vanzelfsprekend is. Lippi had die ochtend besloten zich in een prachtig, strak gesneden donkerblauw kostuum te hijsen, mooi contrasterend overhemd en een paar lichtbruine loafers aan de voeten. Een hand bungelde losjes in de broekzak, met de andere hield hij een sigaar beet. Lippi nam een paar trekjes. De rook kringelde omhoog en gaf de grijsaard het aureool van een heilige: een voetbalheilige in de kunststad Florence, waar rond 1400 al een antieke vorm van voetbal werd gespeeld – het Calcio Storico - en waar kunstenaar en naamgenoot Filippino Lippi tijdens de Renaissance ook al werd bewierookt. Grande Marcello zou niet hebben misstaan in de eregalerij van de artiest, die tussen 1457 en 1504 Madonna's in vochtig pleister frescoëde - voetbaltrainers bestonden nog niet. Zo’n vijf eeuwen later stond ik op Schiphol toen Lippi zich in april 1997 meldde in verband met de halve finale in de Champions League van Ajax tegen Juventus. 'Marcello Lippi e un gran' allenatore...tralalalala', werd er gezongen door de fans. Ik verstond er geen bal van, maar het klonk geweldig. Lippi zat voorin in de bus en maakte een verpletterend gedistingeerde indruk. Met die distinctie valt het overigens wel mee. Daarvoor is de in Viareggio geboren Lippi tezeer een type ruwe bolster, blanke pit. ‘E un uomo di mare’, zeggen ze in Italië om maar aan te geven dat Lippi het rauwe en soms onvoorspelbare karakter van de zee met zich meedraagt. Tijdens trainingen en persconferenties vloekt en tiert de Toscaan er gewoonlijk op los, soms op het vulgaire af. Niet uit boosheid of om te beledigen, maar gewoon, het is onderdeel van zijn vocabulaire. Net zoals de woorden spingere (druk zetten), profondita (diepgang) en grinta (vechtlust). ‘Dat is heel normaal voor Viareggini, dat vloeken’, legde mijn vriendin Gianna deze week uit. ‘Dat doen de badmeesters op het strand ook. Dio porca Madonna di Dio en nog veel erger’. De spelers van de squadra azzurra vonden dat het allemaal wel meeviel met het taalgebruik van de zeebonk. En wat nog fijner was: Met Lippi hadden ze eindelijk een trainer die niet om de hete brij heendraaide als het om de tactiek ging of wie wel en niet speelden. Bovendien hield Lippi de spelersgroep uit de wind tijdens de affaire Calciopoli. Het leverde hem de bijnaam il condottiero (de leider) op. ‘Ik ben liever een leider dan een vaderfiguur. Een vader hebben ze al', schreef hij in zijn biografie. Na de WK nam Lippi afscheid van de bank. ‘Voorlopig’, zei hij toen. Maar een sabbatical year, werden er twee en de vraag is of Lippi ooit terugkeert als trainer. Hij zit liever op zijn boot. Beetje vissen. Hij flirt wat met dames uit het dorp of maakt een ommetje op de fiets. ’s Middags naar Bagno Tirreno voor een pasta alle cicale en daarna de zilte zeelucht opsnuiven. Goed voor de spijsvertering. Laatst wilde Lippi na de pasta naar huis, bleek zijn fiets gestolen. Daar had hij enorm de pest over in aangezien het rijwiel hem na de WK door de spelersgroep kado was gedaan. ‘Het gaat om de emotionele waarde’, zei Lippi tegenover een lokale krant en deed een oproep aan de onrechtmatige eigenaar om de fiets terug te bezorgen. ‘Kijk, Lippi kan met zijn miljoenen wel tien fietsen kopen, maar daar gaat het dus niet om he? Het gaat erom dat hij geniet van het kleine, dat hij trouw is gebleven aan zijn leven en vrienden van voor de WK’, zei Gianna. Op wie zou Lippi gestemd hebben maandag? Op Veltroni of Berlusconi?

Saturday, April 19, 2008

Cipo

Het liep tegen een uur of drie. Onderweg in de auto van Marina di Pietrasanta naar Lucca stotterde mijn Britse verloofde opeens vanachter het stuur: ‘Look, look, look!!!’ Ik vroeg wat er gaande was. ‘That is that cycling guy, what is his name again? Mario...’ Ik vermoedde dat het wel eens om Mario Cipollini kon gaan. Niet dat mijn Engelsman nou veel van wielrennen gesnopen heeft (hij begrijpt bijvoorbeeld nog steeds niet waarom Tom Boonen de Tour de France niet winnen kan), maar wie had er nou niet van Super Mario gehoord? Ik keek snel achterom en zag in een flits een imposante verschijning op de racefiets zitten. Allesbehalve een ‘man in black’. Hier pedalleerde iemand die gezien wilde worden. Spierwitte racebroek, gebruinde (blote) bovenbast, haar met klodders brillcream keurig in model gemodelleerd, zonnebril tussen de highlights, rechtop zittend, mobiel bellend met de ene hand, hevig gesticulerend met de andere. Dit zag er op de boulevard van Lido di Camaiore wel heel erg Re Leone uit. En dan was dit nog maar de achterkant. Met de voorkant maakte ik een jaar geleden kennis tijdens de één of andere lullige prijsuitreiking in Siena (Il Premio Artemio Franchi 2006), waar zomaar de voetballegendes Pele en Paolo Rossi voor op kwamen dagen. En Cipo was er dus ook. De directeur van de Banca Monte dei Paschi di Siena moet voor dat akkefietje diep in de buidel hebben getast. Want ‘Pablito’ Rossi en Cipo deden het vast niet voor niets. En van ‘Mister Mastercard’ Pele himself is al jaren bekend dat hij voor minder dan tienduizend euri zijn bed niet uitkomt. Afijn. Onderweg naar de premiazione was het een drukte van jewelste in de nauwe straten rond de Piazza del Campo. Een hoop gedoe voor de etalage van een lokale forno waar de bakker opdringerige fans met potlood, pennen, papier, mobiele telefoons en fotocamera’s buiten de deur hield zodat mooie Mario op zijn gemak een broodje kon bestellen. Dit was koren op Cipo’s molen, dat zag je zo. Terwijl hongerige tifosi elkaar neerhoekten en/of upper-cutten voor een beter uitzicht, lachtte Re Leone vanachter glas zijn volk nog maar eens toe en liet ondertussen wat gratis Ricciarelli (typische Siënese amandelkoekjes) inpakken in ruil voor een foto met de knappe dochter van de bakker. Niet veel later kwam ik zowaar met Mario zelf te spreken. Na afloop van een persconferentie die vooral over het aanstaande WK voetbal handelde en over de vraag of de azzurri wel of niet wereldkampioen konden worden (Cipo dacht van wel), dronken we simultaan een glaasje prosecco aan de bar. Mario vertelde over zijn leven als ex-wielrenner. En het ging over Amsterdam. Oh ja, daar kwam hij graag. Nee, niet om te wielrennen. Een schaterlach. Er werden antipasti geserveerd. In een trendy krijtstreeppak en roze overhemd zag Mario er oogverblindend goed gesoigneerd uit, vond ik. Dat moet de oud-renner ook van mij hebben gedacht, want na een slok of wat kriebelde hij zomaar zijn mobiele nummer op een briefje en vroeg gulzig naar de mijne. Ik verslikte me bijna in mijn prosecco. ‘Ik ben pas gescheiden. Bel me gerust eens voor een afspraak als je in de buurt van Lucca bent. Nou ciao!’ En weg was Mario. Een jaar later hing ik aan de lijn. Nee, Mario wist me zich niet meer te herinneren, maar een interview-afspraak voor Langs de Lijn behoorde tot de mogelijkheden: ‘Je was Nederlands, zei je? Blond toevallig?’ ‘En journalist van beroep’, probeerde ik nog. De start van de Giro d’Italia stond op stapel, maar Cipo had last van een knieblessure en was zodoende niet in Cagliari aanwezig maar revalideerde thuis in Lucca. ‘Weet je wat’, zei Mario. ‘Ik ben over een uurtje in de stad. Waarom kom je niet naar de Piazza San Martino? Dan schudden we elkaar alvast snel de hand’. Prima idee, antwoordde ik. En daar stond ik dan. Wachtend bij de fontein voor de Duomo. Hoogzwanger inmiddels, maar zo zenuwachtig als een opgeschoten puber voor een geheim afspraakje met de mooiste jongen van de klas. Zo tegen vijfen hield een enorme Audi A8 met geblindeerde ramen stil op de Piazza. Mario draaide zijn raampje naar beneden en glimlachtte zoals alleen Mario Cipollini glimlachen kan. We schudden zoals afgesproken de hand, maar van een hartelijke incontro zoals vorig jaar aan de bar in Siena was allesbehalve sprake. Cipo bleef liever in de auto zitten, zei hij. In verband met de fans, weet je wel. En die verdomde knie deed zo’n zeer. ‘Tuurlijk, tuurlijk’, antwoordde ik. ‘Ben je in verwachting?’, zei Mario plots en wees naar mijn buik. Ik knikte en trok gegeneerd mijn t-shirt verder naar benee. ‘Wanneer ben je uitgerekend?’, vroeg de voormalig wereldkampioen. ‘Wanneer heb je tijd voor een interview?’, probeerde ik de boel af te leiden. ‘Later deze week‘, antwoordde Cipollini. ’Bel me, bel me’. Vrrrroaaaaarrrrr! En weg was Mario, die de rest van de week (en de week daarna en de week daarna) overigens voledig onbereikbaar bleef. Net zolang totdat de Giro er al weer op zat en mijn kans op een interview met Re Leone verkeken was. ‘He still looks fucking good man, this Mario!’, zei de Engelsman in de auto. Ik kon dat alleen maar beamen. Al nam de 42-voudig etappe-winnaar van de Giro d’Italia in 2005 afscheid van de wielersport, in Mario’s geval was geen sprake van verval. ‘I bet he can still win a stage in the Tour de France!’, blaatte mijn verloofde. ‘Sure. And Tom Boonen will win the yellow jersey next year in Paris’, antwoordde ik.

Sunday, April 13, 2008

Pleegde Valentino zelfmoord?


Uiteindelijk gaan we allemaal dood. De een alleen wat eerder dan de ander. Wielrenners zijn wat dat betreft net echte mensen. Ze komen alleen vaker tragisch aan hun einde, zo lijkt het. Zoals de winnaar van de Tour de France van 1924, Ottavio Bottecchia, bijvoorbeeld. De Italiaan overleed aan de gevolgen van een schedelbasisfractuur nadat een boze boer hem van zijn fiets katapulteerde met een riek. Bottecchia zou op het land van druiven hebben geproefd en dat pikte de boer niet. Dat verhaal klinkt onwaarschijnlijk en misschien is het dat ook wel. Ik geloof daarom liever dat het om een ouderwetse vendetta ging en dat de jaloerse echtgenoot van een van Bottecchia’s vele amantes een stok in het voorwiel stak waardoor de renner over de kop sloeg en op zijn hoofd belandde. Het kan overigens ook hebben bestaan dat Bottecchia door een zwarthemd van Mussolini een kopje kleiner werd gemaakt omdat de wielrenner als partigiano (verzetsheld) bekend stond. Wie weet ging het gewoon om een bedrijfsongeval en reed de ‘metselaar uit Friuli’ tijdens een afmattende trainingsrit door het vlakke Noord-Italiaanse land met zijn voorwiel in een kuil, een greppel, een spleet of bleef anders achter een kassei steken, maar die versie is veel te saai voor een groot kampioen als Bottecchia dus houden ze het in Italië het liefst op het verhaal met de riek. Wie deze week ook spectaculair over de kop vloog, was Angel Gomez Gomez tijdens de Ronde van Vlaanderen. De Spanjaard zag een wegversmalling over het hoofd, ondanks het gewapper met een vlag van een soort gendarme, en werd zo de lucht ingeschoten. Ik zat met ingehouden adem voor de televisie, maar Gomez Gomez kwam er wonderwel met een gebroken arm en een slag in het voorwiel vanaf. Dat kan niet worden gezegd van Fabio Casartelli, de oud-Olympisch kampioen van 1992, die tijdens de afdaling van de Col de Portet d'Aspet iets te fel naar beneden stoof, uit de bocht vloog en met zijn hoofd op een betonnen paaltje knalde. Zonder valhelm, dus dood. Wielrennen is net rock ’n roll. Ontelbare helden kwamen veel te vroeg aan hun einde. En hoe. Roger Rivière miste ooit ook een bocht tijdens de Tour, viel tien meter diep in een ravijn, raakte verlamd en overleed uiteindelijk op jonge leeftijd aan kanker. Luis Ocaña schoot zichzelf een kogel door de kop, Tommy Simpson viel bovenop de Ventoux dood van de fiets. De twee grootste wielerkampioenen die Italië ooit voortbracht, Coppi en Bartali, raakten ieder een broer kwijt aan de sport. Serse Coppi overleed na een val tijdens de Ronde van Piëmonte, terwijl Giulio Bartali door een auto werd geschept in de heuvels net buiten Florence. Papa Torello, mama Giulia en Gino Bartali zelf zouden de klap nooit meer te boven komen. Wie de klap evenmin te boven kwam, is de moeder van de overleden wielrenner Marco Pantani. Tonina, voorheen broodjesverkoopster aan het strand van Cesenatico, is ervan overtuigd dat haar zoon om zeep werd geholpen door God mag weten wie, ook al wees autopsie op het lichaam van de hevig depressieve wielrenner uit dat hij zich op Valentijnsdag 2004 volledig het ongans snoof en de trip helaas niet overleefde. In september vorig jaar las ik een interview in La Gazzetta dello Sport met Valentino Fois, voormalig knecht van Pantani bij Mercatone Uno. Fois legde uit hoe ook zijn leven in een neerwaartse spiraal terecht was gekomen nadat hij in 2002 werd betrapt op het gebruik van doping, hoe een drugsverslaving hem aan de rand van de afgrond had gebracht, dat hij in wel eens uit stelen ging om aan coke te kunnen komen en dat hij het allemaal zo erg vond voor zijn moeder Maria, bij wie hij na wat mislukte relaties weer inwoonde. ‘Ik ben een zwakke jongen’, zei Fois, ‘maar ik zal niet eindigen zoals Pantani, dat heb ik mama beloofd’. Vorige week overleed Valentino Fois, wielrenner uit de ploeg met de onovertroffen sponsornaam Amore & Vita (Liefde & Leven). Valentino werd na een avondje uit door zijn moeder dood aangetroffen in bed. Het is nog onduidelijk wat de precieze doodsoorzaak is, maar ploegleider Pierino Gavazzi van Amore & Vita is ervan overtuigd dat Valentino zelfmoord pleegde,gelijk Marco Pantani. ‘Hij was een jongen die wilde knokken maar in zijn binnenste zat een klein duiveltje dat hem langzaam maar zeker opvrat’, aldus Gavazzi. Valentino Fois werd 34 jaar oud, net als zijn oud-ploeggenoot en kopman Marco Pantani. Wielrennen is net rock ’n roll.

Deze column werd eerder gepubliceerd in AD Sportwereld Pro, Nederlands eerste en enige dagelijkse sportkrant. Los te koop in de boekhandels en als bijlage verkrijgbaar bij een abonnement op het Algemeen Dagblad. www.sportwereld.nl

Thursday, April 10, 2008

552 keer Pinturricchio

Als fan van Fiorentina hoor je tégen Alessandro Del Piero te zijn. Del Piero is boegbeeld van aartsrivaal Juventus. En Del Piero scoorde de belangrijkste en meest wonderschone doelpunten uit zijn carrière uitgerekend tegen Fiorentina. Dat doet pijn. Aan de boorden van de Arno vinden ze Ale daarom maar een vervelend mannetje. Een aansteller. Een intrigant, net als al die andere verdomde gobbi (gebochelden) uit Turijn. Del Piero de tuimelaar, met zijn handtassenloopje. Met die veel te overdreven getrimde bakkebaarden en die - in een vroeg stadium van zijn carriere, tenminste – highlights in het haar. Homo. Zeggen ze dan, in Florence. In Turijn zeggen ze dat niet. Daar dragen ze Del Piero op handen. Hij is al jaren het gezicht van de club en won in die periode ontelbare prijzen. Toen Juventus in 2006 voor straf werd teruggezet naar de Serie B bleef Del Piero zijn jeugdliefde trouw, terwijl Ibrahimovic, Cannavaro en Zambrotta voor zichzelf en voor Inter, Real en Barcelona kozen. En Del Piero ondertussen maar blijven scoren, natuurlijk. Ook in de Serie B. Uit vrije trappen, penalty’s, met een lobje of gewoon met het buitenkantje. Clubtopscorer allertijden was hij al en vorige week bereikte Del Piero opnieuw een mijlpaal. Met 552 duels in dienst van Juventus FC heeft Del Piero het clubrecord van Gaetano Scirea inmiddels geëvenaard. Een held was hij al maar mocht Ranieri zijn aanvaller aanstaande zondag opstellen tegen Palermo, dan wordt Del Piero in Turijn definitief heilig verklaard. Het is dus toch nog goed gekomen met de jongste telg uit het gezin van Gino en Bruna del Piero. Wie had dat kunnen denken? Zelfs pa en ma vroegen zich lange tijd af wat er toch terecht moest komen van dat nakomertje, dat ziekelijke ventje dat maar niet wilde groeien. Mama Bruna vond een voetbalcarrière maar niks. Die zag Ale liever elektricien worden, net als pa. Veel veiliger. Want stelde je eens voor dat zo’n Marco Materazzi de kleine Alessandrino op een dag dwars door midden zou schoppen? Op verzoek van mama werd Alessandro in de jeugd van San Vediamo daarom op doel gezet. Totdat oudere broer Stefano zijn moeder op een goede dag eens flink door elkaar rammelde en zei: ‘Je zoon is aanvaller. Zie je dan niet hoe goed hij is?’ Daarna ging het rap met de ontwikkeling van het mannetje. Via Conegliano Calcio, naar Padova in de Serie B, naar Juve in de Serie A. De ontdekking van Giampiero Boniperti groeide in Turijn snel uit tot lieveling van het publiek en wist in FIAT-baas Gianni Agnelli zijn grootste fan. Als het goed ging was het genieten geblazen, maar de balkunstenaar dreef zijn baas soms ook tot waanzin. Als de vorm weer eens weken zoek was, bijvoorbeeld. Dan noemde Agnelli zijn sterspeler pesterig Godot, naar de hoofdpersoon uit Samuel Beckett’s toneelstuk ‘Wachten op Godot’, ook een soort Verlosser, op wie je kunt wachten tot je een ons weegt. De andere keer vergeleek l’Avvocato de dribbels van Del Piero met de penseelstreken van Renaissance-kunstenaar Pinturicchio, al vond de voorzitter dat Alessandro niet in de schaduw kon staan van dat andere genie; Roberto Baggio, die hij Raffaello noemde, naar een nog belangrijkere schilder uit dezelfde Renaissance-periode. Als fan van Fiorentina hoor je tégen Del Piero te zijn. Ik ben dat niet. Ik ben voor. Gewoon. Omdat Del Piero privé een hele aardige jongen is, die met echtgenote Sonia en zoontje Tobias een bijzonder bescheiden leven leidt, zonder poeha en ver weg van de spotlights. Omdat akkefietjes met trainers door Del Piero nooit worden uitgevochten op straat. Del Piero haalt zijn gram liever op het veld en werd daar zelfs al eens wereldkampioen voetbal mee. Ik ben voor Del Piero omdat hij heel erg grappig is in de reclamespots van Uliveto en Rocchetta, een Italiaans bronwatermerk, waarin hij zich met zichtbaar plezier op de hak laat nemen door twee piepjonge ultras van Napoli: ‘Noi tifiamo Napoli...tie!’ Ik ben voor Alessandro Del Piero, sinds ik in 1999 in Delle Alpi de wedstrijd Juventus tegen Parma bezocht, samen met Bruno Giuntoli, een Italiaanse vriend uit Rotterdam, die zijn idool na afloop in de catacomben gepassioneerd om de hals vloog. ‘Ale, sei grande. Sei grande, Ale!’, schreeuwde en danste Bruno met een gekopieerde perspas om de hals. Veel afkeurende blikken in de objectieve ogen van echte journalisten in de perszaal, maar gelukkig kon Del Piero zelf wel lachen om de liefdesverklaring van de Rotterdamse Italiaan. Die schudde Bruno na afloop zelfs keurig de hand en gaf een handtekening. Had ik Tacchinardi niet zo snel zien doen. Of, pak ‘m beet, Edgar Davids in zijn jonge jaren? Afijn, ik ben dus voor Alessandro Del Piero. Vooral sinds ik de nu volgende citaten (met bijhorende jaartallen) las in een verhaal in Linea Bianca, de Italiaanse uitvoering van Hard Gras.
1979: ‘Mama, doe het licht niet uit. Ik ben bang in het donker’.
1983: ‘Mama, ik ben een adelaar die hoog in de lucht vliegt. Stefano is een dolfijn, papa is een stier en jij, mama, jij bent een kangaroe’.
1992: ‘Ik heb leren voetballen door te proberen ’s nachts de lichtschakelaar te raken’. Het wachten op Godot is voorbij. De toekomst is voor altijd aan Pinturicchio.

Monday, March 03, 2008

Super-Pippo

Het waren de weken van Cipollini. Tanto tanto Cipo. Veel foto’s en berichten. Cipo in een Hummer, de ploegleidersauto van Rock Racing. Cipo in volle sprint, Cipo op zijn billen onderuit. Cipo, Cipo, Cipo en het einde is voorlopig niet in zicht. Vorige week begon de la Gazzetta dello Sport ineens over Cipo aan de start van Milano-Sanremo, de koers die in 2002 al eens door hem gewonnen werd. Hoorde de Koning niet gewoon thuis in de 99ste editie van la Classicissima, stelde de roze sportkrant? Zou dat geen ultiem eerbetoon zijn? Helemaal gezien het feit dat de voorjaarsklassieker dit jaar wordt verreden op 22 maart, toevallig de dag dat Cipo zijn 41ste verjaardag viert. Van Angelo Zomegnan, de baas van de Giro en Sanremo die, mag het vast. Maar van Pat McQuaid van de UCI vast niet. Wie wél mag meedoen, is de winnaar van 2006; Filippo Pozzato. De zelfbenoemde glamourboy van het peloton ziet in zichzelf graag de opvolger van Cipo, maar persoonlijk vind ik dat Superpippo te zeer zijn best doet om op zijn idool te lijken. Je kunt ook té graag willen. Wat men ook van Cipollini moge vinden - te stoer, te geil of te snel – één ding is zeker: Cipo IS de geboren macho. In vlees en bloed. Van veinzen is geen sprake. Cipo vergeef je de highlights in het haar, voor Pippo Pozzato geldt dat niet.

Lees meer van de column van Verhoofstad in de nieuwste Wieler Revue, nu in de winkel.

www.wielerrevue.nl

Sunday, March 02, 2008

Een nieuw seizoen Dekker


Aan het einde van een lange wielerloze winter staat met de Omloop het Volk de officieuze ouverture van het seizoen op de agenda. Lekker weer koersen. Eindelijk! Ook voor Thomas Dekker, Neerlands hoop in bange wielerdagen, die op dit moment in Spanje meedoet aan de Ronde van Valencia. De ambitie van de Rabo-renner is dit seizoen onverminderd groot. ‘Ik wil een klassieker winnen. Luik, de Waalse Pijl of de Amstel Gold Race. Ja graag. En goed rijden in de Tour’. En het liefst geen gedonder met die heup natuurlijk. Tsja, die heup. Hoe is het eigenlijk met DE HEUP van Thomas Dekker? Dat verdomde gewricht dat hem vorig jaar zo vaak dwars zat. ‘Goed, kijk maar’, zegt Dekker terwijl hij in Lucca de benen de lucht in zwiert. Officieel heet het om een slijmbeursontsteking te gaan, een irritatie die wordt veroorzaakt doordat het bovenbeen niet soepeltjes in de heupkom scharniert. ‘Bij iedere omwenteling op de fiets schraapte het daardoor bot tegen bot en dat ging zeer doen. Ik heb me de afgelopen tijd heel erg intensief laten behandelen. Dat waren sessies van wel drie uur aan een stuk. En maar oprekken die boel. Op een gegeven moment lag mijn been zowat verticaal naast mijn oor in de lucht. Nu voelt het weer lekker los. En belangrijker: ik rij zonder pijn’. Dekker kampt wel met een lichte conditionele achterstand. Tijdens het trainingskamp van de Rabobankploeg in Spanje speelde de blessure namelijk weer op en keerde Dekker vroegtijdig naar huis. Thuis. Dat is tegenwoordig Montecarlo, de officiële residentie van de renner. Maar ook Dirkshorn, in Noord-Holland, waar de feestdagen met de familie werden doorbracht. En Lucca natuurlijk, de Toscaanse uitvalsbasis waar hij de afgelopen jaren vaak verbleef. En ook al zette hij de samenwerking met zijn ‘dopingtrainer’ Luigi Cecchini inmiddels stop, Dekker mag er nog altijd graag komen. Gewoon, om vrienden te bezoeken of om te trainen. In de Apennijnen, tegen de Monte Serra omhoog of in een treintje op het vlakke. Kilometers maken achter de scooter van zijn vriend Stefano, achter de rug van de inmiddels afgezwaaide doortrapper Michele Bartoli of aanhaken bij Mario Cipollini, de sprinter die onlangs zo verassend zijn rentree maakte voor de Amerikaanse wielerploeg Rock Racing. ‘Goh, die Cipo. Is bijna 41 jaar, maar dus niet bij-te-houden he? We trainen met hetzelfde systeem, dat het aantal omwentelingen telt, wattages zus, tijdritblok zus. En een power dat die Cipo heeft, echt ongelooflijke snelheden haalt hij nog steeds. En elke dag natuurlijk een ander tenue aan. Alles op elkaar afgestemd. Shirtje, broek, kousen, valhelm én fiets in dezelfde kleur groen, roze, zwart of wit. En tijdens de training minstens twee keer afstappen als hij langs de weg een mooi vrouwtje ziet staan. Wel lachen hoor. Ik vind het wel mooi dat zo’n kleurrijke figuur weer terug is in de wielersport. Je hoort mensen nu al praten over die patsers van Rock Racing in hun enorme Hummers als ploegleiderswagen, maar ik vind dat de wielersport af en toe best wat opgeleukt mag worden. Is toch mooi voor het publiek? Die komen toch graag naar een Cipollini kijken?’, aldus Dekker die met Cipollini overigens gemeen heeft dat hij sindskort part-time inwoner van Lucca is. Als de Rebo-renner tot nu toe voor een paar dagen in het vestingstadje verbleef, logeerde hij steeds in hotelletjes of bij een vriend. Dat moest maar eens afgelopen zijn. Vond Dekker, die dit najaar een appartement kocht in het historische centrum van de stad. In een prachtig oud pand, dat vroeger dienst deed als hoofdkantoor van een bank. ‘De fietsen staan straks veilig in de kelder, in de voormalige kluis’. Vanuit het raam op de eerste verdieping kijkt Dekker tegen de façade van een oud Romeins anfiteatro. Ook handig: het appartement is tegenover sportspeciaalzaak Tuttosport en naast de mercato. Hoeft Thomas straks maar de hoek om voor een paar verse plakken prosciutto en wat pomodori voor op de boterham. De flat meet ruim honderd vierkante meter, heeft twee slaapkamers en twee badkamers. ‘Handig voor als er gasten komen’. Een kennis van een kennis hielp Thomas met de inrichting, want tsja, ga dat allemaal maar eens uitzoeken in je eentje. Bankstellen, bedden, lampen, vloerkleden voor op de granitovloer, een lekker groot televisietoestel en een open keuken met inbouwapparatuur. Niet te doen, toch? Dekker heeft wel wat beters aan zijn hoofd. De inrichting is over het algemeen sober en modern. Alleen bij het uitkiezen van een bed ging Dekker voor extravagant, maar toen het knalroze ding de flat werd binnengedragen, bleek dat toch iets over de top. ‘Stond voor geen meter, hebben ze meteen weer weggehaald’. ‘Ze’ zijn de Italiaanse binnenhuisarchitecten die Dekker bij zijn keuze adviseerden. ‘Het kost een paar centen, maar dan heb je ook wat. Het is echt helemaal áf’, zegt Dekker trots, al moest hij onlangs nog wel zelf op en neer naar de IKEA in Florence. ‘Niet echt mijn winkel, maar waar haal je anders bestek vandaan?’ Inmiddels is de inrichting bijna voltooid en het gas, water en licht aangesloten. Het enige dat er nu nog aan ontbreekt is een mooie foto voor boven het bed. En nee, dan doelt Dekker dus niet op een afbeelding van een rondborstige blondine. ‘Eigenlijk ben ik dus op zoek naar een mooie zwart-wit foto van Coppi en Bartali om te laten uitvergroten. Dat zou hier toch geweldig passen in dit interieur?’ Hij lacht. Het leven is vurrukkulluk. Dekker hoor je niet klagen, die telt zijn zegeningen. Je moest eens weten hoe vaak hij op de fiets aan zijn vader denkt. ‘Die stond als 13-jarige al op het land en moest tot zijn 25ste al zijn geld aan zijn ouders afgeven. Dat was heel normaal, maar dat kun je je nu toch niet meer voorstellen? Veel respect hoor, voor die man’. Hoe anders ziet het leven van de zoon er vooralsnog uit. Die zwoegt niet op het land, die zit op de fiets. Die heeft van zijn hobby zijn beroep kunnen maken, anders had de 23-jarige wielrenner nu misschien wel voor de klas gestaan. Lesgeven aan kinderen op de basisschool, want dat toekomstperspectief zag Dekker vroeger ook wel zitten. ‘Ik ben echt dol op kinderen’. Of de wielrenner ooit nog meester wordt, valt te bezien. Voorlopig eerst maar even koersen en winnen als het kan.

Tuesday, February 26, 2008

Sportief gebaar in Puglia


Goed nieuws voor de voetbalcynici onder ons die het tegenwoordig maar niks vinden, het spel met de bal, en die terug verlangen naar die goeie ouwe tijd, toen kameraadschap nog bestond en de schwalbe nog uitgevonden moest worden; sportiviteit in de sport bestaat. Nog steeds. Jawel. Zelfs in Italië. En in ieder geval in de wereld van amateur-voetballer Francesco Cannarozzi uit Puglia. Tijdens de topper tegen Corato had de spits van Lucera de bal het afgelopen weekend maar voor het intikken, maar de topscorer besloot voor open doel naast te punteren. Niet omdat hij die boel niet goed raakte, maar gewoon, omdat even verderop een tegenstander geblesseerd op de grond lag. Respect, weet je wel. Van én voor een man van eer. Dat zie je wel vaker in de zuidelijke regionen van de laars. Hoe dan ook: De actie viel op, aangezien het in Italië gewoonlijk over supportersgeweld en ruzie en agressie binnen de lijnen gaat. In de media werd Cannarozzi deze week gepresenteerd als een halve voetbalheilige die toch wel erg onbaatzuchtig was geweest, schreef de La Gazzetta 'De spits is met 25 goals topscorer in de hoogste amateurklasse en hij had er vermoedelijk graag nummer 26 aan toegevoegd'. Dat Cannarozzi behalve een onbaatzuchtig man ook een ijzersterke spits is, bewees hij een paar minuten later. Het applaus op de tribune vanwege Cannarozzi's sportieve geste was amper verstomd of de aanvaller joeg het leer alsnog snoeihard achter de doelman van Corato in het net: 2-1. Held en matchwinner, Cannarozzi is de winnaar van de week.

Sunday, February 17, 2008

Voetbal-opera

Weer een fijn reclamefilmpje van de Italiaanse betaalzender Sky om de kijker attent te maken op de verschillende topduels van Italiaanse clubs in de Champions League van aankomende week, te weten: Milan-Arsenal, Roma-Real en Inter-Liverpool. Met Gianluca Vialli, Luca Marchegiani, Massimo Mauro, José Altafini en presentator Fabio Guadagnini als de 5 Madrigalisti Moderni, een komisch Italiaans quintet. Beppe Bergomi en commentator Fabio Caressa zitten als toeschouwers op de eerste rij in de zaal. Not amused...

Held Maldini

Paolo Maldini is in Italië held voor het leven. Dat was hij al een tijdje, maar de mythe rond de 39-jarige Milanista blijft maar aanzwellen. Afgelopen week kreeg de aanhang van de Milanese club twee dompers te verwerken; het zag Ronaldo zwaar geblesseerd uitvallen en tegen Parma kwam de club zaterdag niet verder dan 0-0. Het zit Milan dit seizoen niet mee in de Serie A. Gelukkig is er dan nog altijd Paolo Maldini om de boel op te fleuren. De verdediger viel in Parma in en tekende daarmee voor zijn 1000ste officiële wedstrijd voor de rossoneri. 1000! Het was, daar in Parma, misschien niet het decor dat je de jubilaris wenstte maar hoorde je Maldini klagen? Van een te groot ego heeft de verdediger geen last. Hij baalde gewoon dat er niet gewonnen werd. Voorbeeld-prof. Niet mekkeren, maar zelf-kritisch durven zijn. Ook na 23 jaar voetbal op het hoogste niveau.

8.427 dagen geleden, op 20 januari 1985 maakte de 17-jarige Paolo zijn debuut tegen Udinese en trad daarmee in de voetsporen van zijn vader Cesare. Maldini senior vertelde me ooit dat hij die dag niet in Udine maar in Milaan op de tribune zat, tijdens een duel van Inter, om als bondscoach wat internationals van zijn Italië onder de 21 te bekijken. Goh, wat had hij gebaald toen fans hem verwittigden dat zijn zoon een paar honderd kilometer verderop was ingevallen. Snel heeft Cesare op de tribune toen zijn spullen gepakt en is in de parkeergarage onder San Siro in de auto gaan zitten. In z'n eentje, luisterend naar de het commentaar op de radio. En iedere keer als de verslaggever zei: 'Aan de bal is Paolo Maldini, zoon van Cesare...', pinkte senior een traantje weg achter het stuur. Hij wist wel dat Paolo talent had maar had in zijn zoon nooit écht zijn opvolger gezien. Daarvoor was Paolo teveel een dromer, dacht hij. Pa had het mis. 23 jaar na die koude dag in januari heeft de zoon, de vader in alles overtroffen. Paolo Maldini speelde meer duels, won meer prijzen, is meer mythe. En wat vindt de vader daar eigenlijk van?', vroeg ik hem ooit aan de toog van zijn stamcafé in Milaan. 'Die vindt dat het zo goed is', aldus een trotse Cesare Maldini in l'Osteria del Pallone.

Deze week kwam Maldini aan het woord in de La Gazzetta dello Sport. Hij vertelt tijdens dat interview dat ploeggenoot Serginho hem wel eens vraagt: 'Goh Paolo, hoeveel nachten denk je tijdens al die jaren wel niet in trainingskamp te hebben doorgebracht?' Maldini: 'Veel, heel veel. Maar ik klaag liever niet. Ik heb het geluk gehad nooit écht zwaar geblesseerd te zijn geraakt, het geluk dat ik voor een geweldige club speel, het geluk dat voetbal mijn grootste passie is, waardoor ik altijd plezier in mijn vak heb gehad'.

Hij speelde ooit tachtig wedstrijd op een rij zonder te verliezen, maar onoverwinnelijk voelde de verdediger zich nooit. Maldini: 'Het was hoogstens een stimulans om elke week nog wat extra te geven, om die serie zo lang mogelijk in stand te houden. Winnen is lastig. Reden te meer om zoveel mogelijk van overwinningen te genieten. Dat heb ik altijd gedaan'.

Welke wedstrijd zou hij graag opnieuw beleven? Maldini: 'Mijn allereerste wedstrijd, tegen Udinese. Vanaf die dag voel ik mij famililied van Milan'.

Volgende vraag. Wat zou je je zoon Christian, die ook verdediger wil worden, mee willen meegeven? Maldini: 'Nooit opgeven, is een belangrijke les die ik van Franco Baresi heb geleerd. Er bestaan genoeg beelden van mij in een wanhopige poging om de bal te onderscheppen, in uitzichtloze situaties, hopend op een foutje van de tegenstander. Het is mee eens overkomen tijdens Milan - Roma, toen ik op die manier de bal van Totti afpakte. En dat probeer ik dan over te dragen op mijn zoon. Voor het overige laat ik hem met rust en laat ik het aan de trainers van Milan over'.

Welke DVD zou je Berlusconi cadeau willen doen? Maldini: 'Een DVD met beelden van AC Milan-Steau Boekarest, de 1e Europa Cup I'.

Welke nederlaag zou je willen uitwissen? Maldini: 'De nederlaag tegen Olympique Marseille, toen we van het veld stapten omdat bij ons het respect ontbrak om de nederlaag te aanvaarden'.

Wat was je beste wedstrijd tot nu toe en wat was de slechtste? Maldini: 'Ik ben heel vaak ontevreden van het veld gestapt'.

Van welke trainer heb je het meest geleerd? Maldini: 'Van Liedholm, ook van Sacchi en Capello'.

Welke wedstrijd zou je graag over willen doen? Maldini: 'De verloren EC I-finale in Istanbul tegen Liverpool. De meest pijnlijke nederlaag van mijn carriere, maar tegelijkertijd hebben we dat duel als ploeg uitzonderlijk goed gevoetbald'.

Fabio Cannavaro is je record van 126 interlands op een paar wedstrijden genaderd. Erg als dat record sneuvelt? Maldini: 'Een beetje wel, maar erger vind ik het dat ik nooit wereldkampioen ben geworden'.

Tijdens 23 jaar voetbal heeft Maldini zijn moraal nooit verloochent. Hij vervulde zijn sportieve plicht, was eerlijk en loyaal. Maldini is een icoon van het moderne voetbal', schreef l'Equipe onlangs. Lang niet gek voor een speler die zijn carriere als dromer begon. En wat zou de vader daarvan vinden? Dat het zo goed is?

Friday, January 25, 2008

Van Basten technisch directeur Ajax?

Marco van Basten bracht deze week een bliksembezoek aan Milanello. Hij lunchte met Clarence Seedorf en sprak over diens rol binnen het Nederlands elftal, schudde handen met oude bekenden, omhelsde voormalig buurman en ploeggenoot Carlo Ancelotti en gaf ten overstaan van de aanwezige media zijn mening over Kaka en nieuwkomer Pato. Hij ging ook nog even in op het feit dat Nederland en Italië elkaar tijdens de EK treffen ('Dat is bijzonder, aangezien Donadoni en ik elkaar goed kennen') en zei over zijn eigen toekomst: 'Na de EK geloof ik dat ik ophoud als trainer. Wat ik daarna ga doen weet ik nog niet, maar ik geloof dat het wat anders wordt'. Als we Van Basten moeten 'geloven' is niets zeker maar de la Gazzetta meent dat één plus één, twee is en concludeert op basis van het bovenstaande dat Van Basten volgend jaar niet als trainer maar als technisch directeur bij Ajax aan de slag gaat.

Sunday, January 20, 2008

Cipo stapt weer op de fiets

Mario Cipollini (40) maakt komend seizoen zijn rentree in het wielerpeloton. De oud-wereldkampioen zette afgelopen weekend zijn handtekening onder een contract bij het Amerikaanse Rock & Republic. Het voormalige sprintkanon gaat voor die ploeg ook optreden als manager. Het doel is om binnen vijf jaar de top te hebben bereikt binnen het mondiale wielrennen, met Ivan Basso als gedroomd kopman. Cipollini is van plan komend seizoen vijftien koersen te rijden. Zijn rentree op de fiets staat gepland voor eind februari. Dan verschijnt Super Mario aan de start van de Ronde van Californië.

De wereld is nog lang niet verlost van Mario Cipollini. In maart 2005 hing de flamboyante sprinter na afloop van Milaan-Sanremo zijn fiets aan de wilgen. Sprinter Alessandro Petacchi, Cipo’s rivaal en opvolger had zojuist de Primavera gewonnen, terwijl zijn spieren juist steeds strammer aanvoelden. Alle inspanningen ten spijt, de sprintvezels lieten zich nog maar met moeite opbollen. De spurter besloot dat het mooi was geweest. Alsof 189 prof-overwinningen niet voldoende waren geweest. De wielerwereld moest het voortaan maar zonder de 42-voudig etappewinnaar van de Giro stellen. Zei hij. Maar het het hart zei wat anders. Dat klopte nog steeds fel en vurig.

In werkelijkheid nam Cipollini nooit écht afscheid van de sport. Gestopt of niet, de sprinter in ruste leeft en denkt nog altijd als prof. Benen scheren, niet roken, niet drinken en gezond eten. Drie jaar na zijn afscheid geeft de weegschaal keurig 81 kilo aan en dagelijks trekt hij er in de omgeving van zijn geboortedorp Lucca op uit voor trainingsritjes. Dat zijn geen ommetjes van een gepensioneerd coureur in slakkengang, maar tochten van vijf á zes uur aan een stuk. Natuurlijk, aan explosiviteit heeft de spurter inmiddels ingeboet maar denk maar niet dat Bettini, Basso of Bartoli hem er zomaar af kunnen fietsen. Wereldkampioen Paolo Bettini beweerde deze week zelfs dat Cipo in bloedvorm steekt.

De wielerwereld miste de afgelopen jaren een kleurrijke figuur als Cipollini in het rijderskwartier. Andersom voelde de ex-coureur zich alleen en ongelukkig zonder fiets. ‘Eén plus één is twee’, dacht de Amerikaan Michael Ball toen hij Cipollini in september vorig jaar ontmoette tijdens een fietsbeurs in Las Vegas. Ball, die zijn fortuin maakte met het hippe high-end modemerk Rock & Republic, wil via de wielersport naamsbekendheid verwerven in Europa. Mario Cipollini is het ideale uithangbord. Hij moet de weg leiden. Laat dat maar aan mooie Mario over. Sport en mode gaan in zijn geval prima samen. Hij is persoonlijk bevriend met ontwerpers als Cavalli en de heren van Dolce & Gabbana en wie herinnert zich niet de lycra-pakken in zebra-print of de sokken, schoenen en handschoenen in bijpassende kleur als het sprintkanon een dag of wat in het roze reed. Ball heeft daarom bedacht dat Cipollini niet alleen renner en manager van zijn ploeg moet zijn, maar tevens testimonial van een nieuwe kledingcollectie van Rock & Republic die zijn naam gaat dragen. Shirtjes, broeken, brillen en andere accesoires, mede ontworpen door de renner zelf. Cipollini is in Italië een levende legende en nog altijd razend populair, dus dat kan zomaar eens een lucratief handeltje worden. En wie weet is het hem daar ook gedeeltelijk om te doen. De rechtbank van Lucca beslistte onlangs dat Cipollini 1,1 miljoen euro moet terug betalen aan de fiscus omdat de renner tijdens zijn carriere niet in Monaco woonde, zoals beweerd, maar gewoon in een villa net buiten Lucca. Om de schuld af te lossen zijn extra inkomsten welkom. Wat Cipollini’s beweegredenen ook mogen zijn: de wielerwereld kan zich opmaken voor de rentree van Re Leone.

Thursday, January 10, 2008

Totti stripfiguur

Francesco Totti viel tijdens zijn carriere al heel wat eer te beurt. Zo werd hij vorig seizoen Europees topscorer en won de Gouden Schoen, Totti werd al eens uitgeroepen tot beste speler in de Serie A, won scudetti en Italiaanse bekers met zijn club AS Roma en 'er Pupone' mag zich sinds de zomer van 2006 wereldkampioen voetbal noemen. Lang niet gek. Ook buiten de lijnen is de geboren Romein succesvol. Zo verdient de spelmaker een Godsvermogen aan zijn 'Raccolte di Barzelette su Totti', een door hemzelf uitgebrachte serie boekjes met flauwe mopjes over de aanvoerder zelf. Beetje flauwe humor, op z'n Max Tailleur maar toch: prima vorm van zelfspot en een slimme zet van de voetballer die in Italië lange tijd als ongelooflijke domoor werd afgeschilderd. Nog beter: de opbrengst gaat voor een groot deel naar Unicef voor welke organisatie hij als ambassadeur werkt.

Ach, geld is voor Totti natuurlijk ook helemaal geen issue. De captain krijgt elk seizoen van Rosella Sensi zo'n 4,5 miljoen op zijn bankrekening bijgeschreven en voor elke nieuwe commercial van Vodafone wordt hij ook vorstelijk betaald. De spotjes met Totti en Rino Gattuso in de hoofdrol zijn vermakelijk, dat moet gezegd, en in Italië razend-populair. Vanwege cultheld Gattuso, maar net zozeer vanwege het Romeinse straatschoffie Totti, die overigens grootse moeite heeft met het uitspreken van de slagzin: Life is Now.

Tot slot gaat het Totti privé voor de wind want met Ilary Blasi als echtgenote en moeder van zijn twee kinderen (zoon Cristian en dochter Chanel) heeft de fantasista ook nog eens een van de meest begeerde dames van Italië te pakken. Het kan niet op. Dat dachten de tekenaars van de Italiaanse Donald Duck blijkbaar ook. Die vonden dat het daarom tijd werd om Totti in stripvorm te presenteren. Zodoende maakt de nummer tien binnenkort zijn debuut als Papertotti in 'Donald Duck en het geheim van de cucchiaio'. Cucchiaio betekent stift of lobje in het Italiaans en is een handelsmerk van Totti, die op die manier ooit Edwin van der Sar verschalkte tijdens de penaltyreeks van Euro 2000. Remember? Halve finale EK, Nederland-Italië in de Amsterdam Arena. Oranje bleef maar pingels missen terwijl Totti op z'n Panenka's de bal over de doelman van Oranje tilde, die met stomheid was geslagen. Wij, fans op de tribune, overigens ook. In de strip is Totti trouwens even virtuoos met de bal als in het echte leven, maar de cartoonheld Totti is lang niet zo handig met het nemen van penalty's. Papertotti heet niet voor niets Papertotti. Daarin is het woord papera verwerkt, wat blunder betekent. In de cartoon neemt Papertotti het op tegen de vijanden van Rockerduck en komt het uiteindelijk ook op het nemen van penalty's aan. De liefhebbers moeten het maar gaan lezen. De strip ligt vanaf 16 januari in de Italiaanse kiosken.


Friday, December 07, 2007

Eindhoven door de ogen van de Italiaan

Komende week speelt Internazionale in Eindhoven de laatste poulewedstrijd in groep G van de Champions League tegen PSV. De Italiaanse ploeg is al zeker van de volgende ronde, dus de fans kunnen er maar beter een fijn voetbalfeest van maken, daar in de Lage Landen, zo adviseerde de La Gazzetta dello Sport deze week. Gewoon, genieten van een korte vakantie en liever geen relschopperij. Het gaat voor Inter om des Keizers baard dus wat zouden de tifosi zich druk maken? Misschien dat de roze sportkrant daarom besloot een soort VVV-reisadvies af te drukken wat wél en wat vooral niet te doen in de lichtstad.
Eindhoven komt er in de krant helemaal niet slecht vanaf: 'Het is er verassend gezellig en heel wat anders dan het stereotype beeld dat van Amsterdam bestaat, met de vele coffeeshops en de rosse buurt. Vooral op de Markt is er volop vermaak. Lastiger is het volgens de Gazzetta om in Eindhoven aan een bed te komen. 'Want voor een stad met tweehonderdduizend inwoners houdt het aantal hotels niet over. Gelukkig is de Hotel-O-Theek op het Wilhelminaplein voor 28 euro per nacht best te doen', schrijft de verslaggever.

Belangrijker zaken nu. Waar in Godsnaam eet de Italiaan uit ín Eindhoven? En hoe en wat bestel je zoal bij de ober? 'Tsja, daar vraag je me wat', wordt een Italiaanse werknemer van Philips geciteerd. 'Het is en blijft Nederland, dus het is moeilijk een restaurant te vinden waar je lekker kunt eten. Je kunt wel goed eten hoor, maar dan is de kaart niet Nederlands', aldus de ingenieur die vijf jaar geleden naar Nederland verhuisde. 'Eigenlijk', gaat Federico Cesario verder, ' is de frikandel het meest Hollandse gerecht dat er bestaat. Het is een soort würstel, maar ook weer niet en niemand weet eigenlijk uit welke bestanddelen een frikandel bestaat. Toch is de frikandel in Nederland heel populair. Men bestelt hem vooral tijdens het uitgaan. De smaak? (na een lange pauze) Niet te beschrijven'. Ik kon een lach niet onderdrukken (of diende ik me juist te schamen?) en vroeg me af hoe de Italiaan de afgelopen jaren in hemelsnaam had weten te overleven in 'Eindhoove'. 'Nou, gelukkig bestaan er zogenaamde eetcafé's waar je een uitsmijter kunt bestellen. Dat is een gebakken ei op een geroosterde boterham, met bacon en champignons enzo. Echt een calorieën-bom'. Tot zover Nederland culinair. Gelukkig maar dat de kroegen en de discotheken in het centrum niet te ver van elkaar vandaan liggen, schrijft de verslaggever. Alles is te voet te doen, de afstand is maximaal vijftien minuten. Kan die uitsmijter er tenminste weer vanaf gewandeld.

Tot slot krijgt de lezer nog wat tips van culturele aard mee. Zo zijn volgens de Gazzetta het Vanabbemuseum, het DAF-museum en het Philips-museum zeer de moeite waard. En het wordt de fans aangeraden om vlak voor het duel een pintje te gaan pakken in 'de Vereniging', volgens de Gazzetta een bar op de eerste verdieping van het Philips-stadion, maar in werkelijkheid een eetcafé met de naam 'de Verlenging' . 'Ongelooflijk, daar sta je gewoon tussen de PSV-fans en de kans dat je daar als tegenstander op je gezicht wordt geslagen, is klein. PSV-supporters zijn zeer vredelievend', meent de krant. 'Oh, en de supporters noemen zichzelf trouwens 'boeren', omdat ze uit Brabant komen. Het is een geuzennaam waar de fans gek genoeg trots op zijn'. Van dat laatste snapt de gemiddelde Italiaan natuurlijk helemaal niets. Het woord 'terrone', dat ongeveer hetzelfde betekent, geldt in de laars als een vreselijk scheldwoord en wordt door Noord-Italianen gebruikt om landgenoten uit het Zuiden te benoemen. Het is een grove belediging een boer uit Sicilië of Calabrië een 'terrone' te noemen, omdat het in feite 'achtergebleven boer' of 'luie profiteur' betekent. In de ogen van de Milanees of de Piëmontees tenminste. Hoe dan ook, geen haar op het hoofd van een Palermitaan of een Napolitaan om het 'terrone, terrone!!!' zelf van de tribunes te laten kletteren. Maar goed dat er verschil bestaat. Tussen Eindhoven en Milaan, tussen Noord en Zuid, tussen een pasta pomodoro en een frikandelletje speciaal.

Tuesday, December 04, 2007

Minuut stilte voor Prandelli

De minuut stilte is de laatste jaren aan slijtage onderhevig. Er wordt steeds vaker geapplaudiseerd, gefloten of zelfs geschreeuwd tijdens een minuut, die al lang geen minuut meer is. Gemiddeld genomen kijken scheidsrechters na twintig seconden al op hun stopwatch. Prietttt! Spelen maar. Laten we het vooral niet ongemakkelijk laten worden met z'n allen, ook al is die minuut juist dáár voor bedoeld. Ik weet niet wie er ooit mee begonnen is, met dat idiote handengeklap, of waar ze het hebben uitgevonden, maar afgelopen zondag keerde men in Florence gelukkig terug naar de oorsprong. Voor aanvang van het duel van Fiorentina tegen Inter was het in het stadio Franchi oorverdovend stil. 60 seconden lang hielden 42.000 fans hun adem in om de laatste eer te bewijzen aan Manuela Prandelli. De echtgenote van de trainer van Fiorentina overleed vorige week, na een lang ziekbed, aan de gevolgen van borstkanker. Manuela Prandelli was pas 45 jaar oud, veel te jong natuurlijk. Dat realiseerden de fans in het stadion zich ook. Je kon een speld horen vallen. Er werden spandoeken uitgerold: 'Cesare: verenigd in de overwinning, maar nog meer in het verdriet'. Fans gooiden bossen bloemen op het veld. Witte rozen boven op de dug-out. Prandelli, die er overigens zélf voor koos om weer op de bank te gaan zitten, hief zijn hoofd ten hemel en pinkte een traan weg. Tsja, wie niet?

Dat het duel met 0-2 verloren ging, deed er amper toe. De jongens hadden het toch geprobeerd? Voetbal is in Italië heilig, maar gelukkig niet altijd. Daar kwam Prandelli achter toen de ziekte van zijn vrouw zich drie jaar geleden voor het eerst openbaarde. De trainer had net een lucratief contract met AS Roma getekend maar liet die verbintenis na een paar weken zonder pardon ontbinden. Prandelli wilde zijn vrouw tot steun zijn tijdens de chemotherapie en bestraling, hij wilde thuis kunnen koken voor zijn puberende zoon en dochter. Voetbal, toch zeker zijn tweede liefde, kon hem voor even gestolen worden. Het gezin ging voor. Binnen de Italiaanse voetbalwereld werd Prandelli's gebaar als een zeldzame daad van onbaatzuchtigheid opgevat. Men vond het wat zeggen over het karakter van de trainer, die in Rome niet voor niets de bijnaam 'Ave Cesare' meekreeg. Manuela Caffi, Cesare's jeugdliefde, zou de beslissing van haar echtgenoot later omschrijven als een 'groots liefdesgebaar'. En zijn dochter Carolina zei: 'Ik ben ontzettend trots op papa'.

Misschien dat Cesare Prandelli vanwege zijn bescheidenheid zo goed past bij de club Fiorentina, waar ze met een 'progetto' heten bezig te zijn. De voorzitters Diego en Andrea Della Valle, technisch directeur Corvino en de trainer willen de club op termijn terugbrengen aan de top. Hoe? Door op een verantwoorde en nette manier voetbal te bedrijven. Dat wil zeggen dat in Florence niet met miljoenen wordt gesmeten. Niet langer wordt lukraak aangekocht, maar jonge spelers krijgen onder Prandelli de kans. Het is hameren, sleutelen en slijpen wat de trainer doet. Niet gaan voor instant-succes, maar lange-termijn-denken. Opportunisme is Prandelli vreemd. Pazzini, Montolivo en Osvaldo hoeven niet elke week te presteren, een nederlaag is niet per se fnuikend. En juist daar zit 'm de crux. Creativiteit krijgt de ruimte en zodoende komt talent in Florence tot wasdom, zoals tijdens de Renaissance al het geval was. Zelfs een oude meester als Christian Vieri heeft zichzelf aan de oevers van de Arno herontdekt. Tien kilo lichter dan voorheen en bescheidener dan ooit. En het enige dat Prandelli deed was Bobogol zélf tot dat inzicht laten komen. De ex-Interista die in Milaan rondreed in Porsche's en Ferrari's en bekend stond vanwege zijn flamboyante playboy-gedrag, woont in Toscane weer op het platteland bij zijn moeder. Hij speelt er tussen de cipressen met een voetbal en zijn honden, geniet van wat plakken salami en een slok wijn en pakt dagelijks de trein in plaats van de sportwagen naar de training. Soms is het leven beter eenvoudig.

In Florence wordt al van de Prandelli-doctrine gesproken. De trainer wordt in de kunststad op handen gedragen, geadoreerd, geliefkoosd. Dat bleek deze week uit de vele steunbetuigingen die de trainer ontving. Die steun kwam deze week zowaar (en onder publieke druk) ook uit de hoek van de Lega Calcio. De voetbalbond besloot het initiatief van Prandelli én van de broers Della Valle, om na iedere thuiswedstrijd de zogenaamde derde helft in te voeren, navolging te geven. Het wil zeggen dat vanaf januari spelers van álle ploegen in de Serie A en B elkaar verplicht de hand dienen te schudden na afloop van iedere wedstrijd. Fiorentina noemt het idee Viola Fair. Het is een vorm van sportiviteit die werd overgenomen uit de wereld van het rugby. Het moet de ultras op de tribune duidelijk maken dat voetbal uiteindelijk 'maar' een spelletje is en dat het afgelopen moet zijn met het geweld, het racisme en de spreekkoren. Fiorentina gaf afgelopen weekend het goede voorbeeld. Ondanks het verlies tegen Inter stelden de spelers van Viola zich na afloop op in een rij en werden de tegenstanders netjes bedankt en uitgezwaaid. Ook Prandelli stond in de rij en schudde handen. Een omhelzing van Roberto Mancini en Marco Materazzi, die zelf zijn moeder op jonge leeftijd kwijtraakte. In zijn linkerhand hield hij de bos witte rozen vastgeklemd. In gedachten was hij, uiteraard, bij Manuela. Het resultaat is niet altijd heilig. Gelukkig maar.

Monday, November 19, 2007

Faustino

Ik struinde onlangs over een antiekmarkt die elke tweede zondag van de maand in het centro storico van mijn woonplaats Lucca gehouden wordt. Volop marktkramen op de Piazza del Giglio en voor de cattedrale di San Martino. Veel Venetiaans glas, tafelzilver, damasten tafelkleden en hippe design-meubelen uit de sixties. Een fijn najaarszonnetje scheen neer over de ambulante handel. Een verkoper in tweedehands bontmantels legde uit dat het kraagje waar ik mee in handen stond ooit het vachtje van een marmot moest zijn geweest. Ik moest aan de Stelvio denken, waar ik ooit een marmot onder een boom in het ravijn had zien zitten. En aan Joop Zoetemelk. Niet de wielrenner, maar de jager. Die schiet in de Alpen het liefst op gemzen, maar draait zijn hand niet om voor een marmotje of twee. Mooie beestjes wel, marmotten. En nog verdomd lekker ook. Volgens Joop dan. De oud-renner schotelde Wilfried de Jong ooit gestoofde marmot voor na een dag filmen in de sneeuw, in verband met een portret over de jager in Joop. Helaas had Zoetemelk die dag geen gems geschoten. Hij had er wel veel geteld. De marmot in de pan zou de pijn verzachten, zei Joop. Maar daar dacht het spijsverteringskanaal van de presentator heel anders over. Die had na een paar happen van het knaagdier een onrustige nacht op de plee van Joop. Daar hebben we op de redactie van Sportpaleis de Jong nog jarenlang lol om gehad.

Ik hield stil bij een kraam met tweedehands boeken en tijdschriften en vroeg de verkoper of hij toevallig ook wat in sport deed. Het liefst wielrennen, zei ik. Een tel later trok de man dozen tevoorschijn met honderden Domenica’s del Corriere. Allemaal prachtige, vergeelde exemplaren. Sommigen van nog voor de tweede wereldoorlog, keurig in cellofaan verpakt en met geweldige illustraties op de voorpagina. Van Binda en Girardengo enzo, maar ook veel Mussolini en andere oorlogstaferelen. Kunstwerkjes op zich. De verkoper uit Viareggio stak me een multomap in handen waarin hij de boel op inhoud bleek te hebben gearchiveerd. Dat maakte het zoeken wel zo makkelijk. En de prijzen stonden erachter vermeld.

Ik bestelde voor 10 euro de Domenica del Corriere van 18 februari 1962 met een afbeelding van een verdrietige Faustino Coppi op de voorpagina, in de traditie van het huilende zigeunermeisje. De traan ontbreekt er nog maar aan. In de achtergrond de campionissimo zelf. Op de fiets, in zwart-wit, zwaaiend vanuit de wielerhemel naar zijn achtergebleven zoon. Een maand na de dood van de wielerlegende besteedt de krant uitgebreid aandacht aan de verdeling van de erfenis. Een saai en ingewikkeld stuk over belastingschijven en tarieven om aan te geven hoe oneerlijk het volgens la Domenica verdeeld is tussen Coppi’s wettelijke dochter Marina (uit zijn huwelijk met Bruna Ciampolini) en liefdesbaby Faustino (uit zijn buitenechtelijke relatie met Giulia Occhini, la dama bianca) voor wie er na betaling van 60 procent successierecht over 40 miljoen lires wel erg weinig aan de strijkstok blijft hangen. ‘En la dama bianca, die onlangs met een zenuwinzinking werd opgenomen in het ziekenhuis van Alessandrië, krijgt helemaal niets’, schrijft de krant. Ja, wie zou daar niet overspannen van raken? Volgende blad.

Voor 15 euro liet ik de uitgave van 3 augustus 1924 inpakken, met een verhaal over Ottavio Bottecchia, de 1e Italiaanse winnaar van de Tour de France. Even verderop in de bijlage een artikel over de jongste dochter van Koning Vittorio Emanuele, een bericht over de oudste vrouw van Italië (de 105-jarige Maria Grosa uit Col San Giovanni) en advertenties voor vermageringsprodukten, een ‘petto sviluppato’ (prontere borsten) en een of ander wondermiddel tegen maagkrampen, maagzweren, jicht, spijsverteringsproblemen, eczeem, acné, steenpuisten, stress, diarree én constipatie, hartritmestoornissen, een slecht werkende lever, diabetes, bronchitis, astma en nog honderdeneen andere kwalen. Klinkt verdomme beter dan EPO! Bottecchia zou gek zijn geweest als hij voor de Tour niet om een flesje had gevraagd. En zou de metselaar uit Friuli zijn overwinning in dat geval aan het waarachtige paardenmiddel van dokter Damman uit de Via Monte Napoleone 1 in Milaan te danken hebben? En veel belangrijker: leefde die man nog? Zo niet, was dan nog aan zijn – ongetwijfeld - gepatenteerde recept te komen misschien? Dit kon zomaar de toekomst van het wielrennen betekenen. Weg met de astma-inhalers, neusdruppels en vitamine-injecties. Wie lulde er nog over een bloedtransfusie? Dokter Damman is de man!

www.wielerrevue.nl

Thursday, November 08, 2007

Ibra contro Van Basten

In Italië zijn de voetbalfans en -kenners het er al een tijdje over eens: Zlatan Ibrahimovic is een hele grote. En als hij het nog niet is, dan wordt hij het toch zeker. De Zweed had zijn aandeel in de scudetti van Juventus, was grootaandeelhouder in de landstitel van Inter van vorig seizoen en toverde ondertussen ook nog eens met de bal. De elleboogstoten, scheld-, duw- en trekpartijen en andere akkefietjes zijn hem vergeven. In het slungelige lijf van Zlatan huist soms een ballerina, die al dansend met de bal de tifosi in vervoering brengt. En dan is je veel vergeven. Gisteren was de oud-Ajacied tweemaal trefzeker tijdens het Champions League-duel van Inter tegen CSKA Moskou (4-2). De teller in de Serie A staat inmiddels op 7. Geen lullige intikkertjes, maar allemaal goals om in te lijsten want Zlatan voelt zich kunstenaar. De Gazzetta dello Sport durfde de vergelijking met Marco van Basten inmiddels aan. Is Ibrahimovic net zo goed als Van Basten, stelde de roze sportkrant vandaag tijdens een enquete. http://www.gazzetta.it/appsSondaggi/pages/gazzetta/d_1454.jsp

En wat vinden de fans ervan? Volgens 53% van de lezers valt Van Basten qua klasse niet te achterhalen. 23,8% is van mening dat Zlatan op termijn Van Basten zal evenaren en 20,8% denkt dat de Zweed uiteindelijk beter zal worden dan de huidige Nederlandse bondscoach.

Zlatan zelf zal de mening van de fans vermoedelijk worst wezen. Hij zei onlangs met cijfers en statistieken niets op te hebben, met het winnen van prijzen des te meer. Daarbij spiegelt hij zich het liefst aan Van Basten, zijn held. Onlangs zette trainer Roberto Mancini de aanvaller van Inter op een stoel voor de buis op zijn kantoor. Een druk op 'play' en kijken maar naar acties van Van Basten. Wel negentig minuten lang. Goals, omhalen, dribbels en passeerbewegingen van de voetballende Nurejev. 'Kijk, bestudeer en leer van de meester', zei Mancini tegen Zlatan die de beelden leergierig in zich opnam. 'Het was zo'n moment dat ik van mijn leven niet meer vergeet. Naar Van Basten kijken samen met Mancini, zelf toch ook geen onverdienstelijk voetballer', aldus de Zweed die vast een hele grote wordt.

Thursday, November 01, 2007

Darth Vader in Lucca

Het heeft niets met sport te maken - al is verzameldrift ook een soort van sport - maar ik wilde de lezers van pastasport toch vertellen over het stripboekenfestival Lucca Comics & Games dat momenteel gaande is. Aan mijn raam in het centro storico van de stad trekken dagelijks duizenden fans van zogenaamde fumetti voorbij. Op zoek naar dat ene ontbrekende stripboek of een dubbel exemplaar ruilend tegen een andere uitgave. Het is een voor mij totaal onbekende wereld, die van de strips (zo geef ik ook niks om Suske en Wiske of Kuifje) maar ik vind het reuze vermakelijk allemaal. Ondanks - of misschien juist vanwége - het hoge nerd-gehalte. Het is een soort carnaval, met metal-optredens in plaats van dweilorkestjes en hoempapa-bandjes. Overal op straat lopen fans verkleed als de hoofdrolspelers uit hun favoriete stripboek, videogame of film. Ah, daar zul je Superman hebben. Daar zit Spiderman, naast Alice in Wonderland en een stelletje Japanse striphelden waar ik de namen niet van ken.

Lucca is al jaren hét centrum van het stripboeken-universum. Om de hoek bij de Via Tabacchi is het hele jaar door het stripboekenmuseum geopend en Lucca Comics & Games wordt al voor de vijftiende keer gehouden. Vooral de ruilhandel in tweedehands videogames is anno 2007 booming. Vraag me niet naar de nieuwste en hipste spellen van dit moment, maar één ding is zeker: er is een hoop veranderd sinds ik begin jaren tachtig Pacman en een Commodore 64 voor Sint Nicolaas kado kreeg. Niks geen gedoe met het onhandig laden van spelletjes middels een cassettebandje en enorme joysticks. Tegenwoordig is het aanklikken die on/off button van de PS of Xbox en gáán.

De komende vier dagen vult Lucca zich na een lange en drukke zomer opnieuw met een veelheid aan toeristen die nu eens niet komen voor het geboortehuis annex museum van componist Giacomo Puccini of de kerk van San Michele, maar voor stripboeken, -plaatjes en games. Op de Middeleeuwse stadswal spelen opgeschoten pubers ondertussen rolspellen. En zo kan het zomaar gebeuren dat je tijdens je dagelijkse wandeling met hond en kind tussen de Marvel-striphelden, ridders, trollen, frodo's en andere fantasy-figuren moet door navigeren en vanochtend liep ik nog vóór de ochtend-cappuccino Darth Vader tegen het lijf. Gelukkig houden de carabinieri ondertussen een oogje in het zeil. Met een razendsnelle Lamborghini in de stand-by, want stel je voor dat the dark side of the force uit de Star Wars-serie zich aan de Lucchese bevolking zou willen vergrijpen? Dan kun je er met je Lambo niet snel genoeg bij zijn.

Lucca Comics & Games van 1 t/m 4 november. www.luccacomicsandgames.com